Computertermen A - F

Hier vindt u een lijst met de meest gebruikte computertermen, gesorteerd op alphabet.

Uw bent hier: Startpagina - Gratis online computercursus - Computertermen A - F

Woordenlijst
[A]-[B]-[C]-[D]-[E]-[F]


@ : Letter "A" met een krul is het zogeheten at-teken of ook apenstaartje genoemd. In een e-mailadres vormt het de scheiding tussen de naam van de brievenbus en het internetadres.


A3D : een standaard in surroud-geluid


AAC : Advanced Audio Coding. Een compressieformaat voor audio (geluid) , dat kleinere bestanden levert met een degelijke geluidskwaliteit.


AANMELDEN : Je identificeren om toegang te krijgen tot een computer.Meestal typ je een gebruikersnaam en een wachtwoord om je aan te melden.


AANRAAKSCHERM : Bij een aanraakscherm of touch screen wijs je met de vinger of een stilus op de monitor om een handeling uit te voeren.Hier komt dus geen muis of toetsenbord aan te pas.


ABONNEREN(op Webpagina's) : Internet Explorer zo instellen dat een bepaalde webpagina wordt gecontroleerd op wijzigingen(updates).Als de inhoud van de webpagina is vernieuwd,kan het programma je waarschuwen of de pagina automatisch gedownload moet worden.


ABSORPTIEVERMOGEN : De mate waarin papier inkt kan opzuigen.


ACCOUNT : Een term die wijst op een lidmaatschap . Dit kan bij je provider zijn of bij bepaalde gemeenschappen op het internet. Bij een account horen altijd een aantal gegevens zoals gebruikersnaam , wachtwoord , naam van de mailservers e.d.


ACHTERGRONDAFBEELDINGEN : De achtergrond van het Bureaublad.Je kunt hiervoor een van de Bitmaps of HTML-documenten selecteren die worden meegeleverd met Windows.Een eigen foto of tekening is ook mogelijk.Ook wel wallpaper genoemd.


ACTIVE DESKTOP : Een voorziening waarmee je' live'webpagina's kunt instellen als achtergrond voor het Bureaublad.


ACTIVE X : Active x zorgt ervoor dat bepaalde programma's en websites een bepaalde code kunnen opstarten en uitvoeren. Deze code's zijn meestal klein en kunnen verschillende functies bevatten.


ADWARE : Software waarin reclameboodschappen worden getoond.Wanneer het programma in de gaten houdt wat jou zoal interesseert op het web,om daar de reclame aan aan te passen, heb je te maken met Spyware.(meestal zeer irritant en ongewenst).


ADRES : De lokatie van een bestand op het internet of op je eigen computer.Internet-adressen worden ook URL's genoemd.


ADRESBALK : Een invulvak in applicatie,bijvoorbeeld de plek waar je in een browser de URL intikt.


ADSL : Asymmetrical Digital Subscriber Line. Een systeem dat je in staat stelt grote hoeveelheden data te verzenden en ontvangen via de gewone telefoonkabel zonder dat het telefoonverkeer daardoor belemmerd wordt.


AFSLUITEN : Deze opdracht uit de Windows-Taakbalk gebruik je om de computer uit te schakelen of (raar maar waar)opnieuw op te starten.


AFSTANDSBEDIENING : Een toestel,meestal draadloos,dat van op een afstand regelt of instelt.(ook gekend als remote control)


AGENT : Een agent of een robot is een computerprogramma dat zelfstandig taken kan uitvoeren.Een agent kan bijvoorbeeld opgedragen zijn om op het internet specifieke informatie te vinden over een onderwerp en daarna te indexeren.


AGP : Accelerated Graphics Port,een standaard voor grafische kaarten.AGP is gebaseerd op PCI,maar speciaal ontworpen om aan de hoge 3D-eisen te voldoen.AGP 2x ondersteunt doorvoersnelheden tot 533Mb/sec.AGP 4x tot 1,07 gigabyte per seconde.Je herkent een AGP-slot onder meer aan de kleur:PCI-slots zijn wit,een AGP-slot (donker)bruin.


AGP Pro : Een verbeterde versie van de AGP-standaard,die vooral meer videovermogen biedt.AGP Pro is eigenlijk alleen bedoeld voor gebruik in combinatie met professionele(en zeer dure)grafische kaarten.


AIFF : Audio Interchange File Format . Geluidsbestanden voor een Apple Macintosh-computer . Herkenbaar aan de extensie *.aif of *.ief . Niet onbelangrijk is dat als je muziek wegschrijft op een cd in AIFF formaat je deze later ook kan beluisteren in een gewone cd-speler.


ALIAS : Een tweede e-mailadres voor een gebruiker,maar wel verwijzend naar zijn'hoofdadres',zodat alle post,ongeacht naar welk adres die gestuurd wordt,in één mailbox terechtkomt.



[Top]


AMD : Advanced Micro Desings.Fabrikant van computerprocessors(b.v.bAthlon)en de grote concurrent van Intel.


AMR : Audio Modem Riser.Een AMR-sleuf en bijhorende chip integreert functies zoals geluid en modem in de elektronica van het moederbord.


ANALOOG : De tegenhanger van digitaal.Een platenspeler werkt analoog,een CD-speler digitaal.


ANCHOR : Synoniem voor hyperlink.


ANIMATED GIF : Een animated GIF is een opeenvolging van GIF-afbeeldingen,waardoor het eigenlijk een klein filmpje wordt.(zie GIF)


ANSI : Ameican National Standard Institute.Is gelijkaardig aan de ASCII-tabel,maar voegt onder meer kleur toe.


ANTI-ALIASING : Een grafische techniek waarmee je hoekige , gekartelde kantjes verdoezelt die een lelijk effect aan de contouren van afbeeldingen of letters geven.


ANTIVIRUSPAKKET : Programma dat virussen weert,detecteert en elimineert.Omdat er regelmatig nieuwe virussen opduiken,moet het pakket steeds worden bijgewerkt met nieuwe virusdefinities.(anti-virus updates).


API : Application Performing Interface.API's maken het mogelijk om programma's met elkaar te laten communiceren.


ARCHIE : Een oud protocol dat toelaat om op het internet naar een bepaalde bestandsnaam te zoeken.


ARTIFICIELE INTELLIGENTIE : Met artificiéle of kunstmatige intellgentie probeert men met hardware en/of software de menselijke intelligentie na te bootsen.De grootste obstakels zijn de beperkingen van de software op het gebied van leren,interpreteren en creatief denken.


ARTWORK : Artwork is een combinatie van foto's,tekeningen en allerhande andere grafische elementen,die samengebracht worden in een creatie die een onmiskenbare artistieke waarde heeft,maar die in de regel voor een specifiek economisch doel gemaakt worden,zoals reclame.


ASCII : Staat voor American Standard Code for Information Interchange en is een bestandsformaat dat louter'platte tekst'bevat,zonder opmaakkenmerken.ASCII is de universele norm voor het omzetten van tekst,getallen en leestekens in binaire gegevens die door om het even welke computer gelezen kunnen worden.


ASP(1) : Een Active Server Page is een HTML-pagina die één of meer scripts bevat.Die worden door de webserver automatisch verwerkt alvorens de pagina getoond wordt aan de bezoeker.


ASP(2) : Een Application Service Provider is een bedrijf dat particulieren of firma's toegang geeft tot services en software op het internet. Je huurt dan als het ware programmatuur,zonder die software fysiek in je eigen bezit te hebben.


ASTERISK : Dit is de benaming voor het *-teken en wordt gebruikt ter vervanging(als joker)van een deel van een bestandsnaam.Wanneer je de exacte naam of het type van een document of map niet meer weet(bijvoorbeeld Word.txt)gebruik je dit *-teken(Word.*). .


ATA : Advanced Technology Attachment. Al jaren de standaard om het moederbord te verbinden met interne apparaten zoals een harde schijf , cd-rom en dvd-romdrive. Indien je met een platte parralelle kabel werkt met een maximum snelheid van 133 mbs spreekt men van P-ATA. Werk je met een dunne seriele kabel werk je met de nieuwere standaard namelijk S-ATA.


ATHLON : Populaire AMD-processor.De eerste CPU die de magische grens van 1 Ghz overschreed was een Athlon. naar boven -ATI : Producent van grafische kaarten.Op dit moment zowat de grootste concurrent van nVidia.


ATM : Asynchronous Transfer Mode.Een technologie voor het versturen van data via koperdraad, glasvezel, coaxkabel en satelliet.


ATTACHMENT : To attach betekent letterlijk vastmaken,vasthechten.Een computerbestand vastgehecht aan een e-mail, noemen we daarom een attachment of een bijlage.


AUTEURSRECHT : Het auteursrecht is een vorm van intellectueel eigendom.Het is het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde,wetenschap of kunst om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen.Het gratis downloaden van muziek van het internet is dus dikwijls illegaal,omdat je hiervoor geen auteursrechten betaalt.


AUTOEXEC.BAT : Deze batchfile vind je op elke pc terug.Het bevat commando's die worden uitgevoerd telkens je computer opstart.


AUTOFILL : Op het internet zul je meer dan eens een formulier met je persoonlijke gegevens moeten invullen.Dankzij de autoFill-optie kan je browser je personalia onthouden,en in de toekomst gelijkaardige formulieren(grotendeels)automatisch invullen.


AUTOMATISCH AANVULLEN : Een voorziening van de adresbalk. Als je een adres begint te typen dat je al eerder hebt ingevoerd,wordt dit adres tijdens het typen automatisch aangevuld.


AUTOSENSE : Engels voor 'zelfdetecterend'.Een netwerkkaart kan de snelheid van het netwerk'voelen'en zich automatisch aanpassen.Omgekeerd kan een intelligente hub ook de snelheid van een netwerkkaart voelen en zich daaraan aanpassen.


AVATAR : Fenomeen uit de chat-scene.Grafische voorstelling van jezelf of van hoe andere gebruikers je waarnemen.


AVI : Audio Video Interleaved. Bestandsnaam voor digitale video met geluid. Standaard werd ontwikkeld door microsoft voor digitale televisie en hun eigen mediaplayer.


AZERTY : Toetsenbordindeling zoals die onder meer gebruikt wordt in Vlaanderen.



[Top]



BACKBONE : Een backbone is de ruggengraat van het internet.Het is de belangrijkste fysieke verbinding tussen de verschillende computers die op het internet zijn aangesloten.Een backbone is een verbinding die een hoge snelheid en veel dataverkeer aankan.


BACKDOOR : Een veiligheidslek(acterdeurtje)in een afgesloten gewaand computersysteem of programma,waar onbevoegden gebruik van kunnen maken om in te breken in je pc.


BACKSLASH : De schuine streep(\) die in Windows wordt gebruikt om mappen(directory's)van elkaar te scheiden.Een erfenis van Ms-Dos.


BACK - UP : Een kopie van data , bijvoorbeeld van bestanden , foto's, muziek, programma's op je harde schijf. Als je de oorspronkelijke data kwijtraakt , kan je ze vervangen door jouw gemaakte back-up.


BACKWARDS COMPATIBLE : Compatibel met een oudere standaard.Op een USB 2.0 kan je dus gerust oudere USB-apparaten aansluiten.


BAD CLUSTER : Een groep nulletjes en eentjes waar de computer niets mee kan aanvangen,omdat hij niet weet hoe hij ze moet lezen.Normaal gezien worden bits in groepen of clusters van acht gecombineerd.Als de computer niet meer precies kan vinden waar de eerste bit van een reeks staat,zit je met een 'bad cluster'.


BAF : De taak van vzw Belgian Antipiracy Foundation bestond hoofdzakelijk uit het opsporen van illegale videokopieen op VHS.Nu hoort daar ook het verbannen van illegale DVD's en DivX-films bij.


BANDBREEDTE : Deze term slaat op het aantal gegevens dat binnen een vastgestelde tijdspanne door een bepaald kanaal gestuurd worden.Voor digitale apparatuur wordt de bandbreedte meestal uitgedrukt in bits per seconde (bps) of bytes per seconde. -BANNER : Een aanklikbaar rechthoekig reclamepaneel op een website, dat de surfer doorverbindt naar de website van het produkt waarvoor de reclame wordt gemaakt.


BANNERBEREIKMETING : Uit de resultaten van een bannerbereikmeting kan afgelezen worden hoeveel mensen een bepaalde banner hebben gezien en hoeveel erop hebben geklikt.


BATCHBESTAND : Een batch-bestand is een ASCII-file,waarin een aantal DOS-commando's is opgenomen. Bij het starten van een batch-bestand worden deze DOS-commando's één na één uitgevoerd. Het bekendste voorbeeld van een batch-bestand is autoexec.bat.


BAUD : Eenheid om de snelheid van een data-verbinding uit te drukken.Voorbeeld:300 baud wil zeggen dat de data aan 300 bits per seconde worden doorgestuurd.Genoemd naar mr.Baudot,de uitvinder van de Baudot-telegrafie.


BAUDRATE : De baudrate is het aantal bits dat per seconde doorgestuurd wordt via een modem of netwerkverbinding. -BCC : Staat voor Blind Carbon Copy.Doet hetzelde als CC; alleen zien de ontvangers van je mail niet wie de andere ontvangers zijn als die laatsten in het BCC veld werden gezet. -BEHEERDER : De gebruiker met alle rechten. De beheerder binnen een netwerk kan in principe aan alle bestanden. naar boven -BENCHMARK : Vergelijkende test om de verwerkingssnelheid van hard- of software vast te stellen. Hiervoor wordt meestal een speciaal testprogramma gebruikt.


BESTAND : Een programma,document of een onderdeel van een besturingssysteem.


BESTANDSEXTENSIE : De meeste namen van bestanden bestaan uit drie delen: de benaming,een punt en de extensie.Bij 'Word.txt' bijvoorbeeld,is 'txt' de bestandsextentie. Die geeft aan om welk soort file het gaat. In dit geval een tekstbestand.


BESTANDSFORMAAT : Elk programma bewaart zijn data in een bepaald formaat. Voorbeelden van bestandsformaten zijn ASCII(tekst),JPG(beeld),WAV(geluid)en AVI(video).


BESTANDSSYSTEEM : De methode die door het besturingssysteem wordt gebruikt om bestanden een naam te geven, op te slaan en in te delen.(vb FAT32)


BESTANDSTOEWIJZINGSTABEL : Een methode die door besturingssystemen wordt gebruikt om bij te houden waar bestanden zijn opgeslagen op een vaste schijf.


BESTURINGSSYSTEEM : De programmatuur die ervoor zorgt dat je computer draait en dat je programma's kunt gebruiken. Het besturingssysteem is essentieel,want zonder werkt de computer niet.(vb:DOS:Direct Operating System)


BETAVERSIE : Een bètaversie is een programma dat nog in ontwikkeling is. Het ligt nog niet in de winkel, maar is vaak al wel verkrijgbaar-soms uitsluitend voor programmeurs,vaak voor iedereen. Aan de hand van de reacties die een bètaversie uitlokt, kan de producent de laatste programmeerfoutjes uit de software verwijderen.


BETATESTER : Iemand die een bètaversie test en de gevonden fouten doorspeelt aan de fabrikant. -BINAIR : Dit is een systeem met twee waarden. 1 staat voor aan en een 0 staat voor uit. Alle software is op dit principe gebaseerd.


BIOS : Basic Input / Output System. De software (vooral op het moederbord)die de hardware aan het besturingssysteem koppelt. Het is een programma dat bevestigd is in de geheugenchips en de communicatie tussen de verschillende onderdelen van de computer verzorgt.


BIT en BYTE : Een bit komt overeen met een 0 of 1.Een byte bestaat uit acht bits. Elk teken,cijfer of leesteken komt overeen met een byte.


BITMAP : Een bestandsformaat voor afbeeldingen ,dat vooral gebruikt wordt op het Windows-platform. Het programma Paint genereert bijvoorbeeld standaard Bitmap-oftewel BMP-bestanden.


BITRATE : De mate van nauwkeurigheid waarin een bestand wordt geript. Hoe hoger de bitrate, hoe hoger de kwaliteit , maar ook de grootte van het bestand.


BLADEREN : Webpagina's op het internet bekijken(zie ook browsen) of de inhoud van je computer doorlopen.


BLUETOOTH : Techniek die het mogelijk maakt om allerhande toestellen (laptop,GSM, digitaal fototoestel,etc...) draadloos- via radiogolven - met elkaar te laten communiceren.


BLU-RAY : Blu-Ray is een standaard voor de volgende generatie opneembare DVD's.Op één schijfje kan tot 27 Gigabyte opgeslagen en herbeschreven worden,goed voor 2 uur HDTV-opnamen of 13 uur in VHS-kwaliteit. Een Blu-Ray disc zit in een cartridge die voor de nodige stabiliteit zorgt. De laserstraal waarmee gebrand wordt,is blauw,vandaar de naam.


BOOKMARK : Een bookmark is een link naar een bepaalde website die je hebt vastgelegd, zodat je de URL in de toekomst snel kunt terugvinden.Microsoft noemt dergelijke digitale bladwijzers 'Favorieten'.


BOOT/BOOTEN : Het opstartproces van een pc.



[Top]


BOOTMANAGER : Programma dat je in staat stelt om bij het opstarten van de computer uit verschillende besturingssystemen te kiezen.


BOOTSECTOR : Staat op de eerste sectoren van je harde schijf en zorgt ervoor dat je pc opstart.


BOT(1) : Populaire benaming van personages in computergames die door de computer bestuurd worden.


BOT(2) : De benaming voor 'robots' in een chatkanaal die geconfigureerd zijn door hun eigenaars.Zulke bots zorgen voor de orde in het kanaal door onder andere spammers buiten te kegelen.


BOTTLENECK : Engels voor flessenhals.Verwijst naar een oponthoud bij datatransmissie,wanneer onderdelen in een computer de hoeveelheid data die ze aangestuurd krijgen, niet in één keer kunnen slikken.


BPM : Beats per minute. Aan de hand van deze waarde wordt de afspeelsnelheid van een nummer aangepast aan dat van een ander nummer. Het resultaat is dat de 'beats' gelijklopen en je beide liedjes in elkaar kan laten vloeien.


BPS : De afkorting van 'bits' per seconde.(zie bit en byte^) -BRANDEN : Jargon voor het met een laserstraal beschrijven van een cd-r,cd-rw,dvd-r of dvd-rw.Cd's die in grote oplage gemaakt worden, worden meestal niet gebrand met een cd-writer maar 'geperst'.


BREEDBANDINTERNET : Algemene benaming voor snelle internetverbindingen,zoals surfen via de kabel(Telenet),ADSL-verbindingen en (in mindere mate)internet via satelliet.


BRONCODE : De broncode of source is het programma in zijn oorspronkelijke vorm. In de broncode , bestaande uit vaak miljoenen regels programmeercode, ziet een kenner precies hoe de software in elkaar steekt. De eindgebruiker ontvangt meestal echter alleen een gecompileerde versie van het programma. Dit is de uitvoerbare,niet meer te bewerken uitgave van de broncode.


BROWSEN : Zie Bladeren.


BROWSER : Een programma om te surfen (webpagina's openen) op het internet . Meest bekende zijn Internet Explorer en Mozila Firefox , maar er bestaan ook anderen zoals Opera of Netscape Navigator enz....


BSA : De Business Software Alliance is de spreekbuis van 's werelds grootste software ontwikkelaars. De organisatie wil computergebruikers in de eerste plaats sensibiliseren om uitsluitend nog met legale software te werken.


BSoD : Blue Screen of Death. Foutmeldingsscherm dat je te zien krijgt bij een zware vastloper of conflict. Heeft z'n naam te danken aan de fel blauwe kleur.


BUFFER : Een gedeelte van het geheugen dat wordt gebruikt om tijdelijk gegevens op te slaan. Op deze manier blijven de inkomende gegevens voorsprong behouden op de uitgaande waardoor je bijvoorbeeld bij het bekijken van streaming video geen schokkende beelden krijgt. De bedoeling van een buffer is namelijk de gegevens sneller binnen te laten komen als dat ze naar buiten gaan.


BUFFER UNDERRUN : De schrik van elke brander. Als de cd-writer aan het schrijven is , kan het gebeuren dat de pc niet meer kan volgen. Met andere woorden: de laser wil de gegevens sneller branden dan de pc ze kan aanvoeren. Het resultaat van zo'n buffer underrun is meestal een schijfje dat je kunt weggooien.Tegenwoordig zijn de meeste branders echter uitgerust met een techniek(zoals Burnproof en Seamless Link)die een bufferrun kan opvangen.


BUG(S) : Fout in een softwareprogramma .Bugs komt uit het engels en staat voor een insect of ongedierte. Programmafouten worden ook bugs genoemd en dat heeft een eenvoudige reden. De eerste computers waren enorme kasten met massa's mechanische relais waarin insecten zo nu en dan een kortsluiting konden veroorzaken : De computer had een 'bug'. De relais zijn er niet meer , bugs zijn er nog steeds.


BUGFIX : Een oplossing voor een programmeerfout, meestal in de vorm van een software-update.


BUREAUBLAD : Het werkblad van Windows. Net als op een bureau kun je hier ook dingen neerleggen waar je mee werkt (pictogrammen).


BUREAUBLADPICTOGRAMMEN : De iconen die op het Bureaublad staan zoals Deze Computer en Prullenbak, noemen we bureaubladpictogrammen. Dubbelklik je op zo'n icoontje,dan opent dat document of start dat programma.


BUS : (De Lijn) Een datakanaal tussen de processor, het geheugen en andere componenten, zoals de harde schijf en grafische kaart.



[Top]



CACHEGEHEUGEN : Het geheugen dat een computer (of andere onderdelen die een cachegeheugen bezitten) reserveert om recente gegevens beschikbaar te houden voor een volgende gelijkaardige opdracht. Bedoeling is dat het cachegeheugen vooruitloopt op de vraag.


CAMCORDER : Samentrekking van 'camera'en 'recorder'. Een videocamera dus met een ingebouwd opnameapparaat.


CAMPEN : In de multiplayerversie van een first person shooter op één strategische plek blijven zitten en iedereen afknallen die je in het vizier krijgt. Als je je online niet populair wilt maken , moet je vooral gaan campen. Scheldtirades gegarandeerd.


CAPTURE(N) : Opslaan van videobestanden op de harde schijf. De beelden worden omgezet naar een taal die herkenbaar is voor een computer.


CAPI : Common ISDN Application Programming Interface. Fungeert als verbinding tussen een ISDN-modem en andere stuurprogramma's, die toegang bieden tot bijvoorbeeld netwerkkaarten voor internettoegang,een modem of faxapparaat.


CARDWARE : Gratis software waarvan de auteur enkel vraagt dat je hem een kaartje stuurt ter bedanking.


CARRY-IN : Een garantiesoort waarbij je het defecte toestel moet binnenbrengen voor reparatie.


CARKIT : Installatie om in de auto handenvrij te kunnen bellen.


CARTRIDGE (1) : De benaming voor een gamecassette die ingevoerd wordt in een spelconsole. De spelletjes voor een NINTENDO bijvoorbeeld worden cartridges genoemd.


CARTRIDGE (2) : Synoniem voor een (inkt)patroon van een inktjetprinter.


C-BAND : Een frequentieband die voor satellietcommunicatie wordt gebruikt .


CC : Staat voor Carbon Copy en is bedoeld om personen een kopie van een mail te laten lezen. Ontvangers kunnen zien wie de anderen zijn die de mail gekregen hebben.


CCD : Charged Coupled Device. Lichtgevoelige chip die in scanners en digitale camera's gebruikt wordt. De chip bevat cellen die de lichtintensiteit omzetten naar electronische signalen.


CD-I : Cd-interactive van Philips. Eigenlijk een voorloper van de cd-rom, die door de snelle groei van die laaste nooit echt doorgebroken is.


CD-R : Een compact disc-recordable is een éénmalig beschrijfbaar cd-schijfje.


CD-ROM : Staat voor compact disc read-only memory. Een cd-rom ziet er net zo uit als een muziek-cd, maar bevat computerdata, zoals tekst, animaties, afbeeldingen, gesproken woord en video. Je moet over een cd-romstation beschikken om deze schijven te kunnen gebruiken.


CD-RW : Een compact disc-rewritable is een meermaals beschrijfbaar cd-schijfje.


CELERON-PROCESSOR : De Intel Celeron-processor is geintroduceerd in april 1998 en beschikt over dezelfde onderliggende technologie als de Pentium II-processor. De Celeron-processor beschikt over minder mogelijkheden en is aanzienlijk goedkoper.


CELL BROADCAST : De mogelijkheid om een bericht enkel naar die gsm's te sturen die zich in een bepaald geografisch gebied (cell) bevinden. Met andere woorden, in de buurt van specifieke zendmasten. Dit is bijvoorbeeld handig om verkeersinformatie te verstrekken aan automobilisten die zich op een bepaalde snelweg bevinden.


CENTRONICS : De oude standaard voor parallelle pc-poorten, waarmee ECP en EPP compatibel zijn.


CGI-SCRIPT : Afkorting van Common Gateway Interface. Een CGI-scriptje op een website verzamelt gegevens die de surfer ingevoerd heeft en stuurt een programma op de webserver die de data verwerkt. Je abonneren op een nieuwsbrief, bijvoorbeeld, gebeurt vaak met behulp van een CGI -scriptje.


CHATBOX : Een chatbox of chatroom is een plaats op het internet waar je met andere surfers kunt kletsen. Hoewel er al mogelijkheden zijn om 'echt' met elkaar te spreken, wordt er voornamelijk gechat met getypte boodschappen.


CHATTEN : Babbelen via het internet. Dit kan op de daarvoor bedoelde websites of via speciaalontwikkelde software (bijvoorbeeld ICQ of MSN Messenger).


CHIP : Een chip is een heel klein stukje silicium (eigenlijk gewoon zand) waarop een groot aantal electronische schakelingen zitten. In de computer verrichten de chips miljoenen berekeningen.


CHIPSET : Een stel chips die op elkaar afgestemd zijn en samen aan één of meer gelijkaardige 'opdrachten' werken. Het moederbord heeft ook een chipset, die ervoor zorgt dat het verkeer tussen alle onderdelen van de computer geregeld wordt. Hoe beter de chipset zijn werk doet, hoe sneller je computer zal zijn.



[Top]


CINCH : Beter bekend als tulp-plug. Wordt bijvoorbeeld gebruikt om een geluidskaart met een versterker te verbinden.


CLIENT : Een computer die verbonden is met een andere,centrale computer,een zogenaamde server. Een client-computer benut bestanden,printers en andere bronnen die door de server beschikbaar worden gesteld voor gedeeld gebruik.


CLIP : Calling Line Identification Presentation. Het nummer van de beller verschijnt op het display van het toestel van de ontvanger,zodat deze(alvorens op te nemen)kan zien wie er aan de lijn is.


CLIPART : Kant-en-klare tekeningen, logo's, pictogrammen en andere soorten afbeeldingen, die vaak bij grafische programma's worden meegeleverd of die je (al dan niet)van cd's of van het web kunt plukken om in eigen creaties aan te wenden.


CLIR : Calling Line Identification Restriction. Als je niet wil dat je eigen nummer via CLIP wordt meegestuurd, dan kun je dit snufje via de clir-functie tijdelijk of permanent uitschakelen.


CMOS : Complementary MetalOxid Semiconductor. Huist in dezelfde chip als de systeemklok. De CMOS bevat alle hardwareconfiguratie-instellingen van de pc. Bij het opstarten vertelt de CMOS bijvoorbeeld welk type harde schijf er precies in je pc zit en hoe die schijf precies moet opgestart en ingelezen worden.


CMYK : CMY staat voor Cyan,Magenta en Yellow,terwijl K Key of blacK,om geen verwarring te hebben met Blue. Dit is het standaard kleurenmodel dat voor drukwerk wordt gebruikt(vierkleurendruk).


COATED PAPER : Papier waarop een afwerklaag is aangebracht om het gladder en minder poreus te maken. Ook 'gecoat'papier genoemd.


COAX : Kabel gebruikt voor aansluiting op de tv-distributie, maar tevens een oud type van netwerkbekabeling. Vroeger werden pc's niet met een centrale hub verbonden, maar liep er -tamelijk kwetsbaar-een draad van pc naar pc.


COBOL : Common Business Oriented Language. Werd ontwikkeld in de jaren '50,vroege jaren '60 en is de op één na oudste high-level programmeertaal. Vooral gebruikt voor zakelijke toepassingen op zware computers.


CODEC : Een codec is software die zorgt voor de compressie/decompressie van digitale audio en video.


COM-POORT : Communiecatiepoort(zie seriele poort)


COMPATIBEL : Van compatibiliteit is sprake wanneer apparaten probleemloos op elkaar kunnen worden aangesloten, of wanneer bepaalde software geen conflicten veroorzaakt met andere pakketten of hardware.


COMPOSIETVIDEO : Bij composietvideo zijn het kleursignaal en het helderheidsignaal gemengd. Daardoor kunnen deze 2 signalen elkaar beinvloeden, wat de kwaliteit van het videosignaal aantast.


COMPILEREN : Een bewerking die de broncode van software omzet in een uitvoerbaar en niet meer te manipuleren programma.


COMPRESSIE : Een techniek die data kleiner maakt. Door compressie krijg krijg je minder grote bestanden , maar hierdoor daalt ook de kwaliteit .Vaak terugkomenden techniekbij videobestanden is o.a. dat veel terugkomende beelden (bv. achtergronden) worden vervangen door codes.


COMPUTER : Ja zeg.... moeten we dat nog uitleggen?! Da's veel te veel om in detail te treden.


COMPUTERVIRUS : Een computervirus is ontworpen om (voornamelijk) programma's en documenten aan te tasten ofwel te besmetten. Meestal betekent dit, dat een bestand, maar soms zelfs de volledige inhoud van een beschrijfbare informatiedrager,wordt beschadigd of gewist of dat bepaalde software niet goed meer functioneert. Een virus is geen op zichzelf staand programma, maar een stukje software dat zich vrijwel onzichtbaar vasthecht aan andere software. Niet alle virussen zijn te verwijderen, dus voorkomen is beter dan genezen.(zie virusscanner).


CONFIGURATIE : Met de configuratie van een pc wordt de samenstelling van de computer bedoeld. Bvb 1,8 GHz Pentium 4 met 512 MB Ram,80 Gb harde schijf,128 MB 3D-kaart, printer en scanner.


CONFIGURATIESCHERM : Een groep hulpprogramma's,bereikbaar vanuit het Startmenu,waarmee je de instellingen van hard-en software kunt wijzigen.(configureren)


CONFIGUREREN : Het instellen of wijzigen van hard-en software.


CONTENT-PROVIDER : Een bedrijf dat via het internet informatie verstrekt, zoals nieuws, weerberichten, zakelijke berichtgeving en amusement.


CONTEXTUEEL MENU : Het menu dat je te zien krijgt als je op de pc op de rechtermuisknop drukt. Op de Mac verschijnt het contextueel menu als je klikt terwijl je de Ctrl-toets ingedrukt houdt.


CONVERTEREN : Gegevens omzetten van het ene naar het andere formaat, zodat andere toepassingen ook overweg kunnen met andere data.


COOKIE : Een pakketje dat tijdens het surfen door de server naar de pc van de bezoeker wordt verstuurd. Dikwijls hebben deze de functie om het surfgedrag van de bezoeker te bekijken.



[Top]


CORDLESS MOUSE : Een muis die draadloos met de computer communiceert in plaats van via een snoer.


COUNTER : Een teller die aangeeft hoeveel bezoekers er op de site waren sinds een bepaalde datum .


CORONA : De codenaam voor de volgende streaming-technologie van Microsoft, die het breedbandsurfers zal toelaten om video en geluid van thuisbioscoopkwaliteit te dwonloaden.


CPS : Afkorting van characters per second. Vroeger werd de snelheid van een printer uitgedrukt in 'karakters per seconde', tegenwoordig in pagina's per minuut (PPM).


CPU : Central Processing Unit of de processor van je computer. Dit is de motor van je pc.


CRACKEN : Inbreken in beveiligde computers zonder daarbij op zoek te zijn naar informatie, iets waar hackers weer wél in geinteresseerd zijn. Een andere betekenis van cracken is het kopiéren van software door de kopieerbeveiliging ervan te kraken of door registratiesleutels te faken.


CRADLE : Een 'houder' voor een PDA of ander draagbaar toestel. Via een cradle wordt het toestel in kwestie verbonden met een computer. Vaak doet een cradle meteen ook dienst als batterijoplader.


CRASH : Een pc die niet meer reageert op een commando heeft een "crash" gehad.


CRISC : Complex Reduced Instruction Set Computer, een kruising van RISC- en CISC- processorarchitectuur.


CRT (scherm) : Cathode Ray Tube. Aan de achterzijde van deze trechtervormige electronische beeldbuis bevinden zich 3 elektronen kanonnen; 1 voor elk van de primaire kleuren die beelden op het scherm schrijven.


CSS : Cascading Style Sheets. Een officiele toevoeging op HTML die websitebouwers toelaat om opmaakkenmerken toe te kennen aan een hele rits HTML-pagina's en die definieert hoe bepaalde elementen op de pagina's moeten verschijnen. Cascading duidt op de mogelijkheid om verscheidene 'style sheets'toe te passen op dezelfde pagina.


CTRL : De'Control'-toets op je toetsenbord wordt steeds gebruikt in combinatie met een andere toets om een speciale functie uit te voeren.Waarschijnlijk het bekendste is de'Ctrl-Alt-Del'-combinatie, die je moet gebruiken als je pc gecrasht is.


CURSOR : Engelse aanduiding voor een invoegpositie. In de meeste programma's (bv Word) bestaat die uit een verticale zwarte streep. Deze plaats wordt ook wel de cursor positie genoemd.


CYBER : Het voorvoegsel 'cyber'geeft aan dat het woord in kwestie eigenlijk slechts bestaat dankzij de opmars van computers. Zo is er het begrip'cyberpunk', een SF-genre dat sterk afhangt van ideeen uit de computerwetenschappen. Een 'cyberfobie' is dan weer een onredelijke vrees voor computers. Het lijstje is eindeloos: van 'cyberdudes'en 'cyberbabes'tot 'cyberseks'. Alles wat met het internet te maken heeft valt eigenlijk onder de 'cyber'-noemer.


CYBERSEKS : Virtuele seks via toetsenbord,beeldscherm en eventueel een (web)camera. Nee mijnheer,je hoeft niet rood te worden.


CYBERSPACE : Het non-fysieke landschap dat wordt gecreeerd door aan elkaar gelinkte computersystemen.


CZAM/PC : Een bankkaartlezer die je op de computer aansluit en die je toelaat om banktransacties te ondertekenen.



DHCP : Dynamic Host Configuration Protocol. Het protocol waarbij computers elk hun eigen IP-adressen verkrijgen telkens ze zich aanmelden op een netwerk. De DHCP-server kent de IP-adressen toe en zorgt ervoor dat er geen dubbele adressen worden gebruikt.


DHTML : Dynamic Hypertext Markup Language. Uitbreiding van de klassieke HTML-taal met meer mogelijkheden voor interactiviteit en dynamiek op webpagina's.


D-LED : Een Diagnostic LED,die je kunt vinden op sommige moederborden,vertelt je de status van het apparaat. Aan de hand van een aantal lichtjes die bijvoorbeeld ofwel rood ofwel groen oplichten, weet je of er al dan niet een probleem is.


DATA : Niet alleen het meervoud van datum, maar ook de uit het Latijn overgenomen term voor gegevens.


DATABASE : Databank in het Nederlands. Dit is een verzameling gegevens die zo georganiseerd zijn dat ze gemakkelijk teruggevonden kunnen worden. Dit gebeurt aan de hand van een databaseprogramma, waarvan Microsoft Acces zo ongeveer het bekendste is.



[Top]


DCC : Direct Client to Client. DCC is een methode om een rechtstreekse verbinding te maken tussen twee IRC-chatters en wordt vooral gebruikt om bestanden uit te wisselen.


DDR-RAM : Voluit Double Data Rate SDRAM. Een type geheugen dat tweemaal zo snel werkt als SDRAM. Wordt gebruikt als intern geheugen op het moederbord, maar ook voor grafische kaarten.


DEBUGGER : Een bug is jargon voor een programmeerfout. Met een debugger-programma kun je deze fouten opsporen en repareren.


DECODEREN : Omgekeerde van encoderen. Bijvoorbeeld geluid omzetten van MP3 naar WAV.


DEFRAGMENTATIE : Na verloop van tijd kan een bestand gefragmenteerd worden. Dit wil zeggen dat delen van het bestand verspreid op de vaste schijf worden opgeslagen, met als gevolg dat de schijf langzamer wordt. De oplossing bestaat uit het regelmatig defragmenteren van de schijf, waarbij alle losse bestandsdelen als het ware weer aan elkaar worden geplakt. Windows bevat hiervoor standaard een hulpprogramma, dat gewoon Defragmentatie heet.


DEGAUSSING : Demagnetiseren in het Nederlands. Als een magneet (van een luidspreker bijvoorbeeld) te dicht bij je monitor heeft gestaan, dan kunnen bepaalde delen van het scherm kleuronzuiverheden vertonen. Je moet het scherm dan demagnetiseren om het geheel weer in orde te maken. Veel monitors hebben hiervoor een speciaal knopje.


DEMO : Een voorbeeldversie van een softwarepakket, meestal met beperkte functionaliteit. Het wordt aangeboden zodat potentiele klanten de smaak van het pakket te pakken kunnen krijgen en makkelijker tot de aankoop van het volledige programma zullen overgaan.


DEVICE : Een device is de uit het Engels overgenomen term voor een stukje hardware. Dat kan gaan van een eenvoudige muis tot een potige printer.


DIALER : Programma dat via je modem een verbinding maakt met het internet of een ander netwerk .(bij inbelverbindingen.)


DIALOOGVENSTER : Een venster met invulvakjes, aankruismogelijkheden en/of knoppen, waarmee je een programma een bepaalde opdracht geeft.


DIGIPASS : Toestelletje dat je aansluit op je pc en dat je, na intikken van je gebruikersnaam en wachtwoord, toelating geeft om aan thuisbankieren te doen. Het is dus een alternatief voor de CZAM/PC-lezer, maar bij Digipass heb je geen bankkaart nodig.


DIGITAAL : Informatie die is opgeslagen in een computer wordt 'digitaal' genoemd, omdat de basiselementen van de gegevens, de zogenaamde bits, bestaan uit slechts twee mogelijke waarden: nul(uit)en één(aan). Het tegenovergestelde van digitaal is analoog: de basiselementen kunnen om het even welke waarde hebben. Een voorbeeld: de informatie die het menselijk oog opvangt, kan een oneindig aantal gradaties hebben in vorm en kleur. Door heel veel bits op een complexe manier te combineren, zijn computers in staat om analoge gegevens te simuleren.


DIGITALISEREN : Het omzetten van documenten naar een voor de computer begrijpbaar (digitaal) formaat. Wanneer je bijvoorbeeld een illustratie uit een magazine scant, wordt die afbeelding gedigitaliseerd.


DIME : Direct Memory Execute. Kenmerk van de AGP-bus dat toelaat om ook het gewone geheugen van de pc te gebruiken voor grafische data.


DIMM : Staat voor Dual In-Line Memory Module, een type geheugenmodule voor de computer.



[Top]


DIN : Deutsches Institut fur Normung ofwel Duitse Industrie Norm. Dit instituut houdt zich bezig met het standaardiseren van allerlei zaken,van papierformaat (DIN A4) tot vormen en maten van deurknoppen.


DIPSWITCHES : Piepkleine schakelaartjes die net als jumpers bedoeld zijn om de instellingen van hardware te veranderen.


DIRECT3D : Een API van Microsoft en onderdeel van DirectX, een programmabibliotheek van Windows. Het zorgt er in hoofdzaak voor dat de computer de 3D-mogelijkheden van je videokaart kan benutten.


DIRECTORY : Plaats waar een bestand zich bevindt . In een map of submap in Windows Verkenner.


DIRECT X : Een prgrammabibliotheek voor Windows (vanaf Windows 98 ) ontwikkeld door microsoft om ontwikkelaars van spelletjes en mediatoepassingen de gelegenheid te geven de geluids- en videokaarten rechtstreeks aan te spreken , zonder dat zij de details daarvan hoeven te kennen.


DAO : Disk At Once, letterlijk: cd-ineens. Als je deze optie gebruikt (meestal voor muziek-cd's), zal de laserstraal tijdens het branden niet onderbroken worden. Zo kun je de pauze tussen twee tracks (die standaard 2 seconden bedraagt) elimineren.


DISK-IMAGE : Ook wel cd-image of cd-afbeelding genoemd. Als je een cd maakt kun je kiezen of je de bestanden rechstreeks naar een cd schrijft of ze eerst bundelt in één bestand op je harddisk. Zo'n bundeling van files is een goede manier om bufferunderruns te voorkomen. Een disk-image neemt al gauw enkele honderden megabyte in beslag, dus zorg voor genoeg vrije harde-sch(r)ijfruimte.


DISK-DRIVE : Apparaat waarin je diskettes, cd's, foto-cd's of dvd's steekt, die je wilt inlezen of beschrijven.


DITHERING : Techniek vooral gebruikt in beeldbewerking, waarbij kleuren die onbekend zijn in een pakket benaderd worden door bekende kleuren te mengen. Zo worden te bruuske kleurovergangen vermeden.


DIVX : Een compressie techniek waarmee je een complete dvd-film (+/- 4 gigabyte) op een cd-rom kan zetten (+/- 750 mb).


DLL : Dynamic Link Library. Een verzameling gegevens (bibliotheekbestand) die op een pc wordt geinstalleerd en daarna door elke Windows-applicatie kan worden gebruikt. Dit om veel gebruikte stukken software niet steeds op elke cd-rom te moeten plaatsen.


DMA : Direct Acces Memory ofwel directe geheugentoegang. Een geluidskaart, bijvoorbeeld, krijgt via DMA's rechtstreekse toegang tot het geheugen van de computer. Dat levert een snellere gegevensoverdracht op.


DNS(1) : Domain Name Server. DNS-servers zetten woordelijke adressen, zoals www.pcleek.be, om in IP-adressen, die uit nummers bestaan. Zo hoeft de internetter geen complexe getallenreeksen te onthouden.


DNS(2) : Domain Name Service. De dienst of autoriteit die zich bezighoudt met het beheren van domeinnamen in een bepaald gebied.


DNS SPOOFING : Als een DNS foutieve informatie doorstuurt en je dus op een andere website terechtkomt dan je eigenlijk wilde. Meestal is er kwaad opzet in het spel. Door spoofing is het ook mogelijk dat e-mails terechtkomen op een verkeerde mailserver.



[Top]


DOCUMENT : Een bestand dat je genereert als je vanuit een programma je werk opslaat. Voorbeelden van documenten zijn tekstverwerkingsbestanden, werkbladen en bitmaps.


DOLBY DIGITAL : Digitale techniek om geluid uit 6 luidsprekers te toveren in afzonderlijke kanalen.(2 vooraan, 2achteraan, 1 center en een subwoofer.)


DOLBY-PROLOGIC : Bij Dolby ProLogic heb je voor een accurate weergave ten minste vijf luidsprekers nodig. De twee voorste speakers brengen stereoklanken ten gehore, de twee achterste produceren mono surround-geluid en brengen op die manier 'diepte' in het geluid aan. Een vijfde, centrale luidspreker(dichtbij het beeldscherm geplaatst) laat de effecten horen, die rechtstreeks betrekking hebben op wat je ziet. Op sommige Dolby ProLogic-systemen kun je twee centrale speakers aansluiten,zeer interessant als je een breedbeeld-tv hebt.


DOMEIN : Een groep netwerkcomputers die informatie en netwerkbronnen met elkaar delen.


DOMEINNAAM : Een unieke naam die verwijst naar een internetadres.


DOS : Disk Operating System. Een besturingssysteem voor de pc. Een van de bekendste is MS-DOS.


DOS-ATTACK : Een Denial of Service-attack is een aanval waarbij een hacker je computer bombardeert met zinloze datapakketjes, zodat je arme pc vertraagt of compleet crasht.


DOS-BOX : DOS-programma's die gestart worden vanuit Windows en schermvullend dan wel in een apart venster in beeld verschijnen. In Windows XP heet dit Opdrachtprompt.


DOT : Punt. Wordt vooral gebruikt bij het uitspreken van internet en e-mailadressen.


DOTCOM-BEDRIJF : Een bedrijf dat zijn producten enkel via het internet aanbiedt.


DOT PITCH : De dot pitch is één van belangrijkste specificaties voor de beeldkwaliteit van een scherm. Hoe lager dit getal, hoe scherper het beeld.


DOWNLOADEN : Downloaden is het procédé waarbij gegevens van een andere computer worden 'afgehaald'. De aanhalingstekens staan er omdat de gegevens eigenlijk gewoon gekopieerd worden. Downloaden is de tegenpool van Uploaden.


DPI : Dots per inch. Aantal punten per duim (2,54 cm).Hoe hoger dit getal, hoe hoger de kwaliteit.


DRAG and DROP : Een handige sleeptechniek met de muis om een bepaalde actie te bereiken. Om bijvoorbeeld een tekstdocument te openen, volstaat het om het betreffende bestand naar het icoon van Word te slepen (drag) en het daarop te laten vallen (drop).


DRAM : Dynamic RAM. DRAM is een van de goedkoopste geheugensoorten. Om gegevens te kunnen onthouden heeft het elke 15 microseconden een nieuw stroomstootje nodig.


DRIVER : Stuurprogramma .Een klein programmaatje dat er voor zorgt dat een (rand)apparaat vlot met de pc en mekaar kunnen communiceren.


DRM : Digital Rights Management. Een techniek dat muziekbestanden beveiligt en toelaat om bepaalde beperkingen aan een bestand te koppelen. -DTP : De afkorting van Desktop Publishing, het gebruik van een pc om kwaliteitsdrukwerk te produceren.


DUAL BOOT : Feature wanneer twee besturingssystemen(bijvoorbeeld Windows en Linux, of Windows 98 en Windows XP) op je computer geinstalleerd zijn. Tijdens het opstarten krijg je dan de vraag onder welk systeem je wilt opstarten.


DURON : Microprocessor van fabrikant AMD. Is zo'n beetje de goedkopere versie van de Athlon.


DV : Digital Video. Systeem voor digitale beeldregistratie. De DV-camera's die door de meeste videoliefhebbers gebruikt worden, zijn eigenlijk mini-DV-camcorders, omdat ze mini-DV-cassettes ter grootte van een luciferdoosje gebruiken. 'Echte' DV-cassettes zijn groter en worden gebruikt in semi-professionele DV-camcorders.


DVB : Digital Video Broadcasting. Dit is een erkende norm om tv, radio of data digitaal uit te zenden. Veruit de meeste satellietprogramma's worden volgens deze norm uitgezonden.


DVD : Oorspronkelijk de afkorting van Digital Versatile Disc, maar die term is in onbruik geraakt. Een dvd is een schijfje met een hoge opslagcapaciteiet. De populairste formaten zijn 5 en 9 gigabyte. Om deze media te kunnen gebruiken, moet je beschikken over een dvd-speler; standalone of ingebouwd in de computer. Een enkele dvd kan een volledige speelfilm bevatten met ondertitels in diverse talen en tal van interactieve extraatjes. Daarom is dvd een interessant alternatief voor VHS-videobanden.


DVD-RECORDER : In 2001 bracht Philips de eerste dvd-recorder voor in de huiskamer uit. Met een dergelijk toestel kun je -zoals de naam al aangeeft-tv programma's opnemen op een dvd-schijfje. Nu zijn er ook dvd-branders voor je pc.


DVI : Digital Video Interface. Een compressiestandaard die wordt gebruikt voor het verspreiden van hoogwaardige videobeelden op cd-rom. Of een aansluiting voor LCD-schermen die het beeld digitaal naar je pc overbrengt met een betere kwaliteit dan de gewone VGA-aansluiting.



[Top]



EASTER EGG : Oftewel paasei. Dit is een verborgen grapje dat programmeurs in hun software of op een dvd stoppen. Kan doorgaans via een reeks toetsencombinaties onthuld worden.


EASYSHARE : Systeem van Kodak om op een eenvoudige manier digitale foto's van de camera naar de pc over te hevelen. Het fototoestel wordt daarvoor op een cradle geplaatst.


EAX : Environmental Audio Extensions. Een standaard in surround-geluid ontwikkeld door Creative en die voornamelijk gebruikt wordt in games.


E-BOEK : Electronisch boek. Slaat zowel op de boeken zelf als de readers die nodig zijn.


E-BUSINESS : Zakendoen via het het internet.


E-CARD : In plaats van een (verjaardags-)kaartje te sturen via de gewone post, kun je dat ook doen via het internet. Er zijn heel wat sites te vinden waar je dergelijke kaartjes kunt kiezen en versturen.(bvb MSN-Messenger).


E-COMMERCE : Kopen en verkopen via internet.(bvb Ebay).


ECP : Extended Capabilities Port. ECP is net als EPP een standaard voor paralelle poorten. Beide zijn ongeveer tien keer zo snel als de oude Centronics-standaard.


EDGE : Enhanced Data GSM Environment. Op GPRS geënte techniek, waarmee je sneller data kunt versturen over het gsm-netwerk. -EDITOR : Een programma om bestanden mee te bewerken. Het bekendst is de tekst-editor, maar ook de pakketten waarmee je geluid en beelden kunt aanpassen, noemen we een editor.


EDO : Enhanced Data Out. Lees OU(T)(D). Een voorbijgestreefd Ram-geheugen,wordt niet meer gebruikt.


EGA : (néé niet je vrouw!). Staat voor Enhanced Graphic Adapter, een verouderd videoprojectiesysteem en de voorloper van VGA en SVGA.


E-LEARNING : Leren via het internet. Deze vorm van onderwijzen wordt steeds populairder. Tegenwoordig bestaan er al lessen om alles aan te leren, van tekstverwerking tot borduren.


E-MAIL : Een electronische (vandaar de 'e') manier om post te versturen. E-mail heeft heel wat voordelen ten opzichte van de traditionele post; het systeem is razendsnel, er hoeven geen postzegels op je brieven én je kunt je in-en uitgaande correspondentie erg makkelijk archiveren.


E-MAILBIJLAGE : Zie Attachment.


EMOTICONS : B-) Dit zijn kleine figuurtjes die je in een tekst kunt invoegen om iets duidelijk te maken. Het bekendst zijn de lachende gezichtjes of smileys.


EMULATIE : Een proces waarbij een apparaat of software functioneert alsof het een ander apparaat of programma was.


ENCODER : Programma om digitale audiobestanden te comprimeren.(verkleinen)


ENCRYPTIE : Is een toevoeging van een geheime code aan informatie.


ENGINE : De grafische motor van een 3D-game, die onder meer de plaats en de grootte van de muren, hindernissen, en dergelijke berekent. Dit zijn zeer complexe wiskundige berekeningen, en daarom ontwikkelen de meeste spelmakers niet hun eigen engine, maar gebruiken ze een bestaande. Zoals de betere engine van het game Quake.


EPP : Enhanced Parallel Port. EPP ondersteunt bidirectionele communicatie (tweerichtingsverkeer) tussen de computer en het toestel dat aan de poort hangt, zoals een printer-scanner.


ERGONOMIE : Ergonomische gebruiksvoorwerpen worden zo gemaakt, dat ze zo gemakkelijk mogelijk te bedienen zijn. Ook bij het fabriceren van toetsenborden en computermuizen wordt rekening gehouden met ergonomie.


E-SHOP : Een virtuele winkel op het internet.


ETHERNET : Standaard voor lokale netwerken. (Coax- en glasvezelkabels worden vooral gebruikt.)


ETHERNET-HUB : Een Ethernet-hub is een doosje dat verschillende aansluitingen bevat, waarmee je verscheidene computers aan elkaar in een netwerk kunt hangen. Niet te verwarren met een router.


EXPLORER : Zie Windows Verkenner.


EXPLORERBALK : De ietwat vreemde naam voor het deelvenster dat wordt geopend in het linkergedeelte van je browserscherm, bijvoorbeeld wanneer je op de button 'Zoeken' of 'Favorieten' klikt. Waarom dit venster een 'balk' genoemd wordt is ons niet meteen duidelijk....


EXTERN GEHEUGEN : Verzamelnaam voor alle type media waarop gegevens bewaard kunnen worden zoals; harddisk, cd-rom, dvd en nu ook USB-memory sticks.


E-ZINE : Een e-zine is een magazine dat enkel op het internet verspreid wordt.



[Top]



FAKER : Iemand die zich voordoet als iemand anders. De 20-jarige blondine die je hebt leren kennen op een chatsite kan dus best een besnorde bejaarde zijn. Na Dutroux zijn er nu ook speciale polite-afdelingen waar agenten faken om pedofielen op te sporen.


FAT : File Allocation Table. Een tabel met informatie over de ruimte die aan alle bestanden op je harde schijf wordt toebedeeld.


FAQ : Frequently Asked Questions. Lijst met veelgestelde vragen over een bepaald onderwerp.


FAVORIETEN : Bepaalde internetpagina's die je vaak bezoekt. Het adres (URL) van deze pagina's kan je opslaan in een speciale map. (Internet Explorer is dit de map < Favorieten> Bij Mozilla heet deze map bladwijzers (bladwijzers) .


FDISK : Een utility die standaard in Windows (en MS-DOS) zit. Gebruikt om je harde schijf in partities op te delen. Maar.... GOED oppassen met FDISK want als je het loslaat op een schijf die gegevens bevat gaan die onherroepelijk naar de kl..... maan!


FLASH : Een programma van Macromedia om audiovisuele effecten en bewegende animaties van beeld en geluid te maken.


FILE : Het Engelse woord voor'bestand'. Dit kan net zo goed een tekstdocument zijn als een tekening of een geluidsbestand.


FINE-TUNEN : Engels voor'iets helemaal op punt stellen'. De prestaties vanWindows verbeteren bijvoorbeeld, door met allerlei instellingen te experimenteren.


FIREWALL : Een veiligheidsvoorziening die de gegevensuitwisseling in het oog houdt. Dit kan zowel hardware- als softwarematig gebeuren. Met een firewall ben je beter beschermt tegen personen die zonder jou toestemming in je systeem willen binnendringen.


FIREWIRE : Een seriele verbindingspoort die een veel hogere overdrachtssnelheid heeft dan USB.


FIRMWARE : Stukje software aanwezig op de chip van hedendaagse toestellen waarop de gegevens van de fabrikant worden opgeslagen. Vaak kan je deze software updaten via een speciaal programmaatje. Dit updaten kan vaak de werking van het betreffende apparaat ten goede komen.



[Top]


FIRST PERSON SHOOTER : Game-genre, waarin het lijkt alsof je zelf de hoofdpersoon bent. Wat je op het scherm ziet, bekijk je als het ware door je eigen ogen. Je ziet doorgaans steeds je eigen hand in beeld, voorzien van een wapen waarmee je alle tegenstanders uit de weg ruimt. Bekende voorbeelden zijn Soldier of Fortune,Halo en Quake.


FLAMING : Een flame is een beledigende boodschap die een internetter verstuurt. Wanneer de geadresseerde daarop reageert kan er een conflict oftewel flame war ontstaan. Flames kunnen ontstaan wanneer iemand zich niet aan de netiquette houdt.


FLASH : De Flash-technologie van Macromedia voegt flitsende animaties en interactiviteit toe aan webpagina's. Om Flashsites te bekijken moet je browser zijn uitgerust met een speciale plug-in.


FLASH-CARDS : Externe geheugenkaarten voor onder meer digitale camera's.


FLASH-RAM : Een geheugenvorm die de eigenschap heeft om gegevens vast te houden, ook al wordt het apparaat uitgeschakeld. Flash-Ram lijkt veel op ROM (Read Only Memory). Het belangrijkste verschil is dat je Flash-Ram kunt programmeren, terwijl de informatie in een ROM-chip is 'ingebakken'.


FLASH-ROM : Firmware wordt meestal opgeslagen in het Flash-Rom, een geheugen dat alleen gewist en beschreven kan worden met speciale software.


FLAT-CABLE : De platte kabel waarmee interne toestellen zoals;diskettestation, cd en dvd lezers en/of schrijvers en harde schijven met het moederbord verbonden worden. Beter bekend als IDE-kabel, wordt nu stilaan vervangen door S-ATA kabels.


FLATBEDSCANNER (VLAKBEDSCANNER) : Een scanner met een glasplaat waarop je dingen kan leggen die je wil scannen.


FLATSCREEN : De naam zegt het al : een plat beeldscherm doorgaans van het type LCD.


FOLDER : Wat in DOS een directory heet, is in Windows een folder of map. Het is een verzameling van één of meer files en eventueel nog andere folders. De systeembestanden van Windows staan bijvoorbeeld allemaal in de folder met de naam'Windows'.


FONT : Een lettertype dat door de computer gebruikt wordt. In veel programma's zoals een tekstverwerker, kun je met verschillende fonts werken. De bekendste zijn Arial en Times New Roman.


FOOTAGE : Engels voor video-opnamen.


FORCE FEEDBACK : Een joystick of racestuur met force feedback-technologie simuleert trillingen en zwaartekrachteffecten. Heel wat verschillende effecten worden overgebracht, gaande van oneffenheden in een wegdek tot een granaatinslag. Er bestaat zelfs een hoofdtelefoon met force feedback.(Amaai men oren!).


FORMATTEREN : De gegevens van diskette of een harddisk staan op cirkelvormige sporen. Bij het formatteren worden deze sporen, en daarmee het opslagmedium, gebruiksklaar gemaakt. Gegevens die op dat moment nog op de diskette of schijf staan, worden gewist.


FORUM : Een deel van een website waar iedereen iets kan schrijven over een bepaald onderwerp. Is ook vaak een plaats waar internetgebruikers een vraag stellen in de hoop dat een andere gebruiker het antwoord kent, niewaar Moderator?



[Top]


FORWARDEN : Een e-mail die je hebt ontvangen doorsturen naar iemand anders. -FRAGGEN : Term gebruikt bij First Person Shooter-games. Duidt op het afknallen van alle mogelijke tegenstanders.


FRAGMENTATIE : Wanneer je veel software installeert en (vooral) wist, ontstaan er'gaten' op de harde schijf. Zodra je een nieuw pakket installeert, worden deze gaten weer gevuld, maar dat betekent vaak dat de software verspreid wordt over verschillende gaten. Doordat het programma niet mooi één geheel vormt, zal het trager starten en werken. Dit geldt ook voor het besturingssysteem en bijgevolg voor de hele computer. De oplossing voor dit probleem is regelmatig defragmenteren.


FPS : Frames per seconde . Aantal beelden per seconde op je scherm.Om een vloeiend beeld te hebben, moeten er zo'n 25 à 30 beelden per seconde de revue passeren. Dus voor de creatieve geesten die denken om eventjes een filmke op pc te maken;30 beelden/sec = 1800 beeldjes voor één minuut animatie.Tel maar eens uit voor één uur!!!!


FRAME-GRABBER : Een videokaart die het beeld van een tv of video als het ware kan bevriezen. De momentopname die zo ontstaat, kun je opslaan op de harde schijf en eventueel nog digitaal nabewerken.(kent men ook als Snap Shot Vieuwer).


FRAME(S) : Een rechthoekig vak op een webpagina dat afzonderlijk met inhoud wordt gevuld. Het zijn eigenlijk pagina's binnen een pagina. Deze term wordt ook gebruikt in testen van grafische kaarten . In dit geval wijst de term op een beeld op je scherm. Aan de hand van het aantal frames (beelden) per seconde (fps) dat een videokaart op je scherm kan toveren wordt er een score opgeplakt.


FREEWARE : Software die volledig gratis ter beschikking wordt gesteld.


FSB : Front Side Bus . Term wijst op de verbindingssnelheid tussen processor en RAM-geheugen . Hoe sneller hoe beter. Op verpakkingen van moederborden en processoren vindt je deze indicator altijd terug.


FTP : File Transfer Protocol. Een methode om bestanden op te slaan op een netwerk of ze te downloaden naar je pc.


FUCTIETOETSEN : De toetsen bovenaan het toetsenbord. Ze zijn gemarkeerd van 'F1'tot en met 'F12'. Functietoetsen voeren speciale opdrachten en functies uit, afhankelijk van welk programma je gebruikt. Soms worden ze samen gebruikt in combinatie met andere toetsen, zoals Shift,Ctrl en Alt. Bijna in elk programma staat de 'F1' voor 'Heeeellup'.


FXP : Het overbrengen van de ene FTP-site naar de andere, zonder dat de files eerst langs je computer passeren.


FYSIEK VERWIJDEREN : Als je een bestand van je harde schijf verwijdert, blijft het meestal nog even in de prullenbak liggen. Pas wanneer je de prullenbak leegmaakt, is het bestand echt weg oftewel 'fysiek verwijderd'.



[Top]


Geinteresseerd in een computercursus op maat?

Door middel van het contactformulier kunt u contact met ons opnemen of maak meteen een afspraak voor een vrijblijvend & orienterend gesprek. Meer informaties over ons computercursus aanbood vindt u hier.

Hier vindt u het Net Jungle Multimedia aanbot voor gratis online computer cursussen. Iedere cursus kunt u zich voorlezen laten of gemakkelijk afdrukken. Om offline gebruik te maken van ons gratis computer cursus kunt u deze downloaden in PDF formaat.
Wij komen bij u langs - cursus aanhuis

MS Office voor beginner

Versie 2003, 2007 of 2010

Kosten/p.p: € 380,-
Incl. lesmateriaal, excl. reiskosten

Lesduur: 8 x 2 uren
Tijdstip: Op afspraak
Locatie: Cursus aanhuis (Outdoorcursus)


Cursusdata Oktober 2011

5.10.2011

MS Office 2007
Word - Outlook - Excel

Cursusprijs/p.p: € 380,-
Incl. lesmateriaal, excl. BTW

19:00 uur - 21:00 uur
Lesduur: 8x 2 uren
Tijdstip: Avondcursus
Max. deelnemers: 4
Locatie:Indoor



12.10.2011

MS Office 2010
Word - Outlook - Excel

Cursusprijs/p.p: € 380,-
Incl. lesmateriaal, excl. BTW

19:00 uur - 21:00 uur
Lesduur: 8 x 2 uren
Tijdstip: Avondcursus
Max. deelnemers: 4
Locatie:Indoor


Cursusdata November 2011

10.11.2011

MS Office 2007
PowerPoint - Publisher

Cursusprijs/p.p: € 350,-
Incl. lesmateriaal, excl. BTW

19:00 uur - 21:00 uur
Lesduur: 6x 2 uren
Tijdstip: Avondcursus
Max. deelnemers: 4
Locatie:Indoor



17.11.2011

MS Office 2010
PowerPoint - Publisher

Cursusprijs/p.p: € 350,-
Incl. lesmateriaal, excl. BTW

19:00 uur - 21:00 uur
Lesduur: 6 x 2 uren
Tijdstip: Avondcursus
Max. deelnemers: 4
Locatie:Indoor


Welke voorkennis heb ik nodig?
  • Basisvaardigheden Computer

Vervolgopleiding:
  • Gevorderden Word 2007
  • Outlook 2007
  • Excel 2007

  • Welke cursusvormen bieden wij u?
    • Dagcursus
      (9:00 uur - 16:00 uur)
    • Dagdeelcursus
      (9:00 uur - 12:00 uur of 13:00 uur - 16:00 uur)
    • Avondcursus
      (19:30 uur - 22:30 uur)
    • Weekendcursus
      (Za & ZO van 9:30 uur - 15:30 uur)

    • Deze cursus wordt gegeven als
    • Indoorcoaching
    • Outdoorcoaching
    • Bedrijfscoaching
    Andere cursus/vorm gewenst?