Computertermen O - T

Uw bent hier: Startpagina - Gratis online computercursus - Computertermen O - T

[O]-[P]-[Q]-[R]-[S]-[T]


OCR : Optical Character Recognition. Techniek die je in staat stelt om teksten in te scannen en die daarna te bewerken. Handig om niet hele teksten te moeten overtypen.


OEB : Open eBook Standaard. Een standaard documentformaat voor electronische boeken.


OEM : Original Equipment Manufacturer. Leverancier van producten die door andere firma's als halfprodukt wordt aangekocht. Wordt vooral gebruikt in het kader van meegeleverde software. Als je bij aankoop van een pc een OEM-versie van Windows krijgt, gaat het om een (vaak aangepaste) versie die speciaal voor de computerfabrikant geleverd is.


OFFLINE : Het tegenovergestelde van online. Offline browsen betekent dus webpagina's bekijken, zonder dat je pc fysiek verbonden is met het internet.


ON THE FLY : Engels jargon voor 'terwijl de data binnenstromen'.


ONLINE : Leterlijk: op de lijn.Wanneer je computer in verbinding staat met een andere computer of een netwerk, ben je online.


ONLINE SERVICE : Een internetservice die naast toegang tot het net, een breed assortiment aan informatie biedt aan abonnees.


OPEN SOURCE : In de brede betekenis staat open source voor elk programma waarvan de broncode vrijgegeven wordt voor gebruik of aanpassingen door gebruikers en andere ontwikkelaars. Open source-software wordt meestal ontwikkeld door een samenwerking van gebruikers en is doorgaans gratis. Het besturingssysteem Linux is een voorbeeld van open source-software.


OS : Operating System . Besturingssysteem (Windows 98- ME-XP en LINUX zijn de meest bekende). Zie ook besturingssysteem.


OPERATOR : Termen die gebruikt worden om de gevonden resultaten van een zoekopdracht met een zoekrobot uit te breiden of in te perken. Tevens de aanbieder van een netwerk.



OPSLAGCAPACITEIT : De hoeveelheid data die een informatiedrager (harddisk, cd, dvd, USB-sticks, memory-cards) kan bevatten. Doorgaans uitgedrukt in megabyte, giga-of zelfs terabyte!


OPTIC FIBER : Zie glasvezelkabel -OPT-IN E-MAIL : Opt-in betekent dat de gebruiker zijn toestemming geeft om reclame of bepaalde mails te ontvangen, bijvoorbeeld door een optie aan te vinken bij het registreren van een programma of dienst.


OPTISCHE IN-EN UITGANG : Sommige geluidskaarten hebben een optische in-en uitgang om er andere digitale apparaten op aan te sluiten zoals een DAT-recorder. Zo'n uitgang heeft als voordeel dat het signaal niet meer omgezet moet worden naar een analoog signaal, maar rechtstreeks van en naar het externe digitale apparaat kan lopen.


OPTISCHE MUIS : In tegenstelling tot een klassieke muis heeft een optische muis geen balletje. Ze scant voortdurend het oppervlak en geeft zo de bewegingen door aan de computer.


OPT-OUT : De mogelijkheid om je uit te schrijven van een e-maillist, zodat je niet langer geabonneerd bent op de nieuwsberichten of promotionele mails van die lijst.


ORGANIZER : Een kleine zakcomputer, maar met minder functionaliteit dan een echte pc of zelfs PDA. Meestal gebruikt om afspraken en dergelijke te noteren. -OS/2 : Een besturingssysteem van IBM dat het uiteindelijk toch moest afleggen tegen het Windows OS.


OSD : On Screen Display. Apparaten die zijn uitgerust met deze feature laten zich makkelijk bedienen via een menu dat op het beeldscherm verschijnt


OVERDRACHTSSNELHEID : De snelheid waarmee een computer(onderdeel) of randapparaat gegevens transporteert. Ook wel transmissiesnelheid genoemd.


OVERKLOKKEN : Overklokken is het opvoeren van de kloksnelheid van een processor, waardoor de computer of een bepaald component (bijvoorbeeld de videokaart) sneller wordt. Overklokken is niet zonder risico en kan schade aanrichten aan de hardware.



[Top]



PACKET WRITING : Met packet writing kan je in Windows Verkenner rechtstreeks bestanden slepen naar een herschrijfbaar cd- of dvd-schijfje.


PAD(PATH) : Om vanuit Dos of Windows een programma of bestand aan te spreken, moet je een zekere weg afleggen. Dit zogeheten 'pad' kan bestaan uit een computernaam, een aanduiding voor een schrijfstation, mapnamen en een bestandsnaam.


PALET : Palet betekent in computertaal krek hetzelfde als in de schilderstaal. Namelijk: het aantal kleuren dat je bij de hand hebt en waarover je kunt beschikken. Hoeveel dat er precies zijn, hangt af van verschillende factoren, zoals de eigenschappen van de grafische kaart die in de computer zit en de mogelijkheden van de gebruikte software.


PALMTOP : Een organizer die je gewoon in je handpalm kunt houden en die je bedient met een stilus.


PARALLEL : Meerdere informatiedeeltjes worden tegelijkertijd door de kabel gestuurd, waardoor hogere snelheden worden bereikt dan wanneer je ze achter elkaar moet sturen (serieel). Een pc beschikt tenminste over één parallelpoort, waarop je onder meer een printer en scanner kunt aansluiten.


PARAMETERS : Een reeks programma gebonden instelmogelijkheden, waarmee je de werking van software beïnvloedt.


PARTITIES : Je kan een harde schijf onderverdelen in gebieden: de partities. Als je extra partities (gebieden) wil aanmaken zal je deze eerst moeten formatteren. Na het aanmaken van nieuwe partities zal Windows er automatisch een stationsletter aan geven. Partities maken noemt men partitioneren.


PARTITIETABEL : Dit is het stuk harde schijf waarin staat hoeveel partities je hebt, waar ze op de harde schijf staan en of je er van kunt opstarten. -PASWORD : Zie wachtwoord.


PATCH : Lapmiddel om fouten(bugs) uit de software te halen . naar boven -PC : Personal Computer. Alle desk-top computers en notebooks die niet de functie van server of workstation hebben, zijn in principe pc's.


PC-CARD : Een standaard voor kleine, platte uitbreidingskaartjes voor notebooks, die de functie kunnen vervullen van diverse randapparatuur zoals modem, netwerkkaart enz...



PCI : Peripheral Component Interconnect. Zelfconfigurerende bus, ontwikkeld door Intel en zeer wijd verspreid.


PCI-SLOT : Een gleuf in het moederbord, waarin je een insteekkkaart kunt prikken. Zo'nkaartje breidt je computer uit met extra functionaliteit.


PDA : Afkorting van Personel Digital Assistant, een handcomputer met organizer, soms in combinatie met gsm en fax. Veel PDA's beschikken over een drukgevoelig scherm en handschriftherkenning.


PDF : Portable Document Format. Een document (meestal teksten) in het *.pdf formaat kan onder ieder besturingssysteem bekeken worden op voorwaarde dat je gebruik maakt van Adobe's gratis Acrobat Reader.


PENTIUM : Microprocessor van Intel. De opvolger van de 486-586-en 686-processoren, kreeg van chipbakker Intel de mooie naam Pentium ('penta' is grieks voor 5). Ondertussen zijn hier ook al wat broertjes van, Pentium I, II, III, 4 en nu de Pentium D. Bij Pentium processoren wordt steeds de kloksnelheid mee vermeld.


P2P(PTP)-NETWERK : Peer-to-peer netwerk. Deze programma's zorgen ervoor dat je een deel van je harde schijf ter beschikking stelt voor anderen. Zo ontstaat er een ruilnetwerk.


PGP : Betekend Pretty Good Pravicy. PGP is een programma waarmee je bestanden kan coderen oftewel beveiligen.


PHOTO-CD : Cd-bestandsformaat van Kodak. Photo-cd schijfjes worden gebruikt voor de opslag van digitale foto's.


PHISHING : Mails die door ongure personen worden verstuurd met de vraag om persoonlijke informatie zoals bankgegevens en paswoorden in te geven. Deze mails bevatten ook dikwijls een link naar valse sites die nauwelijks verschillen van de officiele websites (banken etc..).


PHP : Hypertext Preprocessor. Een programmeertaal om scripts te maken die dynamische webpagina's creëren.


PICTBRIDGE : Een standaard die ervoor zorgt dat digitale camera's rechtstreeks kunnen aangesloten worden op een printer, zonder tussenkomst van een pc.


PICTOGRAM : Een grafische voorstelling van een toepassing , snelkoppeling of programma op het bureaublad. Door te dubbelklikken op een pictogram zal de toepassing , programma of item zich openen.


PING : Packet Internet Groper. De opdracht waarmee men controleert of een bepaalde computer actief aanwezig is op een netwerk. Er wordt een kleine hoeveelheid data verstuurd , en men kijkt of dat intact terug komt.


PIM : Afkorting van Personal Information Manager. Het betreft een programma dat toepassingen als een organizer, notitieboekje, adresboek en telefoonlijst combineert. Een van de bekendste PIM's is Outlook Express.


PIXEL : Het kleinste beeldelement dat je op je scherm kan weergeven.



[Top]


PLASMASCHERM : Groot, plat en 'dun' scherm. Deze beeldschermen , die geconstrueerd zijn rond twee glazen panelen (waartussen slechts 0,1 millimeter 'ruimte' is) met elk hun eigen elektrodes. Tussen beide panelen wordt een gas geïnjecteerd, dat 'geladen' wordt zodra er voltage naar de elektrodes wordtgestuurd. Dit genereert ultraviolette stralen die rood, groen en blauw fosfor aanzetten om het televisiebeeld te vormen.


PLATFORM : Het platform vormt in wezen de standaard waarrond een bepaald systeem is gevormd. De term wordt in brede zin gebruikt als synoniem voor het besturingssysteem. Sommige software is cross-platform, en kan dus op verschillende platforms draaien.


PLAYER : Programma om één of meer soorten multimediabestanden mee af te spelen.


PLAYLIST : Een lijst met een overzicht van muzieknummers met informatie zoals titel, uitvoerder, lengte en type formaat. Deze lijsten worden gebruikt door programma's als Windows Media Player, iTunes en Musicmatch.


PLUG-IN : Programaatje dat in een bestaand programma wordt geintegreerd om nieuwe functies te kunnen vervullen.


PLUG-and-PLAY : Term om aan te duiden dat een bepaald apparaat (hardware) of programma zich bijzonder gemakkelijk laat installeren.


POORT : Een genummerde , logische in/uitgang waarlangs bepaalde programma's data via een netwerk kunnen ontvangen of verzenden.


POP : Point Of Presence. Een lokaal inbelpunt van je internetaanbieder.


POP3 : Post Office Protocol versie 3.Een techniek waarbij de binnenkomende e-mails eerst op de mailserver van de provider worden bewaard en daarna via het e-mailprogramma naar de computer van de gebruiker worden gehaald


POP-UP : Een reclamevenster dat ongevraagd op je scherm opent.


PORTAALSITE : Letterlijk een'portaal tot het internet'. Een site die een bepaald thema overkoepelt. Dat kunnen interessante sites per thema zijn, of alle informatie over een bepaald thema ingedeeld in rubrieken.


POST : Power On Self Test. Deze routine voert het BIOS uit elke keer als de computer is opgestart. En dat om te controleren welke apparaten er nu aanstaan of zijn aangesloten.


POSTSCRIPT : Postscript is een programmeertaal die'beschrijft' wat er op een pagina staat. De taal is ideaal om graphics en tekst af te drukken. Belangrijk is dat de taal 'apparaatonafhankelijk' is. Het af te drukken beeld wordt beschreven, zonder dat daarbij verwezen wordt naar specifieke apparaateigenschappen, zoals de resolutie van de printer.


PPGA : Plastic Pin Grid Array. Het is een manier om de processor aan het moederbord te bevestigen.(Bvb socket 754) -PPP : Point-to-Point Protocol. Dit is een protocol om via de modem een TCP/IP-verbinding te maken. Doorgaans is dit een verbinding met het internet. -PPS : Printterm die staat voor 'pagina's per seconde'.


PRIMAIRE PARTITIE : De partitie waarvan je de pc kunt opstarten.


PRINTER : Met een printer kunnen elektronische documenten worden afgedrukt op papier of transparant.


PROCESSOR : De eigenlijke motor van je computer. Hij verricht het gros van de bewerkingen die een pc moet doen om alle taken tot een goed einde te brengen.


PROFIEL(1) : Een verzameling instellingen voor een specifieke gebruiker. Een Windows-profiel kanbijvoorbeeld kleurenschema's, schermbeveiligingen en achtergronden voor het Bureaublad bevatten. Mailprogramma's bieden dan weer gebruikersprofielen die elk hun eigen internetinstellingen herbergen.


PROFIEL(2) : Veel bedrijven willen je beter leren kennen. Via internet-enquetes en dergelijke proberen ze een profiel van jou samen te stellen, zodat ze je gerichter informatie en:of reclame kunnen sturen.


PROGRAMMA : Een groep instructies die samen een toepassing vormen, waarmee je de computer bepaalde taken kunt laten uitvoeren. Programma's worden ook wel applicaties of software genoemd.



[Top]


PROGRAMMEERTAAL : De software die je gebruikt, moet eerst gemaakt worden. Daarvoor dienen de programmeertalen. Ze laten de programmeur toe om via code te definieren hoe het programma zal werken en hoe het er uit zal zien.


PROTOCOL : Set met regels of normen voor het communiceren over het internet.


PROVIDER : Een Internet Service Provider (ISP) biedt internettoegang aan. De provider geeft je een e-mailadres en meestal ook de mogelijkheid om je eigen homepage op het net te zetten.


PROXY(SERVER) : Een computer bij je internetprovider die in feite als tussenstation fungeert tussen jouw pc en de computer op het internet waar jij een webpagina wil opvragen. Blijkt de webpagina die je hebt opgevraagd zich al op de proxyserver te bevinden, dan krijg je die pagina van daaruit aangereikt, wat een stuk sneller gaat.


PS/2 POORT : Aansluitpunt op de achterkant van de pc, meestal gebruikt om het toetsenbord en de muis aan te sluiten.


PUBLIC DOMAIN : Software waar geen auteursrechten (meer) op rusten, behoren tot het public domain. Iedereen mag deze programma's vrij gebruiken en uitwisselen.


PULL-DOWN MENU : De uitklapmenu's die je in het besturingssysteem en in veel programma's tegenkomt en die je activeert met een muisklik of een toetsencombinatie. De menu's groeperen een aantal opdrachten die je aan het besturingssysteem of het programma kan geven.


PULL-TECHNOLOGIE : De surfer haalt zelf de informatie binnen die hem/haar interesseert, bijvoorbeeld door naar een bepaalde site te surfen.


PUSH-TECHNOLOGIE : Tegenovergestelde van Pull-technologie. De informatie die de surfer interesseert, wordt automatisch naar hem/haar gestuurd. Je maakt hierbij geen eigen selectie meer (althans niet in detail, je geeft hooguit aan welke thema's je boeien), maar ontvangt de informatie die volgens de desbetreffende aanbieder bij jouw profiel past.


PVR : Personal Video Recording. Het opnemen van tv-programma's (of beelden van een andere videobron) op een harde schijf of een andere drager die gegevens digitaal kan bewaren. Een computer die uitgerust is met een tv-tuner en de nodige opnamesoftware, valt onder de definitie van PVR, maar ook standalone opnametoestellen voor in de huiskamer horen hierbij.



QTVR : QuickTime Virtual Reality. Technologie op basis van QuickTime die toelaat om op een virtuele manier omgevingen te verkennen, alsof je er middenin staat. Behalve dat je 360° bewegingsvrijheid hebt, kun je ook in-en uitzoomen op details.


QUERY : Engels voor 'vraag', maar ook computerjargon voor 'zoekopdracht'.


QUICKTIME : Toonaangevende multimediaprogrammatuur van Apple, die tal van audio-en videoformaten ondersteunt. Verkrijgbaar voor Mac en pc.


QWERTY : Toetsenbordindeling zoals die bijvoorbeeld gebruikt wordt in Nederland, Engeland en de Verenigde Staten. Zie ook azerty en qwertzu.


QWERTZU : Duitse toetsenbordindeling.



[Top]



RAID : Redundant Array of Independent Disks. Techniek om meerdere harde schijven binnen een computersysteem te laten samenwerken.


RAM : Random Access Memory. Het werkgeheugen van een pc. Hoe meer er ter beschikking is des te meer data gelijktijdig kunnen verwerkt worden , wat de snelheid ten goede komt.


RAMDAC : Random Acces Memory Digital-to-Analog Converter. Een microchip die digitale beelddata omzet in analoge data, zodat de informatie op een beeldscherm kan worden getoond.


RANDAPPARAAT : Een randapparaat is een extern toestel dat op de computer kan worden aangesloten, zoals een printer, monitor, toetsenbord, muis, gamepad, enz........


READER : Een programma om digitale documenten of e-boeken te lezen.


README : Een informatief tekstdestand. Op vrijwel elke cd-rom vind je een Readme-bestand met uitleg over de installatie-procedure van de software en een overzicht van last-minute wijzigingen.


REALONE PLAYER : Applicatie van Real Networks om via internet al dan niet streaming audio en video te ontvangen. Heette vroeger Real Player.


REAL-TIME : Betekent rechtstreeks (echte tijd) (direct).


REBOOT : Engels voor herstarten, of het opnieuw opstarten van de computer. Zie ook boot.


RECHTSKLIKKEN : Op een item klikken met de rechtermuisknop. In veel gevallen roep je met deze handeling een contextmenu op.


REFRESH RATE : Dynamisch geheugen is een geheugen van korte duur. 50 tot 60 keer per seconde wordt de inhoud van het geheugen vernieuwd.


REGISTER : Een reeks bestanden waarin Windows allerlei belangrijke configuratiegegevens bijhoudt over hardware en het besturingssysteem zelf.


REGISTREREN : In de soft-en hardwarewereld wordt hiermee bedoeld dat je aan de fabrikant kenbaar maakt dat jij een product van hem gekocht en geïnstalleerd hebt. Doorgaans gebeurt dat via internet, is het kosteloos en levert het exta voordelen op zoals technische ondersteuning. Wanneer je een shareware-product wilt registreren, betaal je wel een zeker bedrag.


REKENBLAD : Ook wel spreadsheet genoemd. Met een rekenblad programma als Microsoft Excel kun je op zeer overzichtelijke wijze de meest ingewikkelde berekeningen maken. De ingevoerde data is ten allen tijde te veranderen en het effect van zulke aanpassingen is onmiddelijk zichtbaar.


RELEASE : Engels voor uitgave. Een nieuwe software-release is dus een nieuwere versie van een programma.



REMOTE CONTROL : Zie afstandsbediening.


RENDEREN : Komt van het Engelse woord to render, wat berekenen betekent. Na het monteren van een filmpje op een computer, moeten alle titels, overgangen, tekstjes en andere onderdelen berekend worden om er een nieuw, definitief bestand van te maken in hoge kwaliteit. Een bekende render-techniek is Ray-Tracing.


RESET : Resetten is het opnieuw laten opstarten van een computer.


RESOLUTIE : Een term om de kwaliteit en scherpte van een beeld , foto of een afdruk uit te drukken.Meestal uitgedrukt in dpi .


RESOURCES : Ook wel systeembronnen genoemd. De resources omvatten een speciaal geheugengebied waarin Windows informatie opslaat over de menu's en andere vitale onderdelen van de interface. Als er te weinig resources zijn, bijvoorbeeld omdat er teveel programma's geopend zijn, kan het besturingssysteem in de problemen komen.


RESTORE : Restore betekent 'terugzetten'. In computerkringen wordt de term gebruikt voor wat wij in het Nederlands 'herstellen (van de oude toestand)' of 'terugplaatsen van data' noemen.


RGB : Rood , groen en blauw. De primaire kleuren die gemengd worden om kleur te geven aan de beeldpunten op een computerscherm. Alle zichtbare kleuren op je scherm onstaan door een combinatie van deze drie.


RIPPEN : Gegevens van cd / dvd halen om ze daarna over te zetten naar een ander medium (cd/dvd/hardeschijf etc..). Vermits je deze gegevens niet zomaar kan kopieren , moet je ze omzetten naar een ander digitaal formaat.


RISC : Afkorting van Reduced Instruction Set Computer. RISC is net als zijn tegenhanger CISC (waarbij de C staat voor Complex), een toonaangevende processor-architectuur. Enkele RISC-processors zijn de PowerPC, MIPS, SPARC en Alpha.


RJ-11 : De technische benaming van een platte connector die gebruikt wordt bij telefoons en modems.


RJ-45 : Een platte connector die onder meer gebruikt wordt bij UTP-kabels en ISDN-telefonie. Een traditionele netwerkkabel eindigt op een RJ-45-connector. -RIVA TNT : Grafische chip(s) van nVidia.


ROM : Read Only Memory. Het is een vast geheugen waarin informatie zit opgeslagen die essentieel is voor de werking van de computer. Je kunt die informatie wel lezen maar niet veranderen. Uitzondering op deze regel zijn de 'programmeerbare' EPROM en Flash-ROM.


ROUTER : Apparaat dat het data verkeer tussen verschillende netwerken regelt en verbindt. Een router bepaalt via welke weg(route) de gegevens op hun plaats komen. Het geeft je eveneens de mogelijkheid verschillende computers met elkaar te verbinden.


RPG : Role-Playing Game. Spelgenre waarbij iedere deelnemer de rol aanneemt van een bepaald personage en zich inleeft in de fictieve gamewereld.


RTC : Afkorting van Real Time Clock. De systeemklok van de computer. De RTC wordt gevoed via een klein batterijtje op het moederbord. Als dat batterijtje de geest geeft, ben je al je tijd-en datumaanduidingen kwijt. De RTC is onderdeel van een chip welke ook het CMOS aan boord heeft.


RTFM : Populaire afkorting van Read the fu**ing manual. Stel op het internet een domme vraag en de kans is groot dat je dit als antwoord krijgt.


RTS : Real Time Strategy-games zijn spelletjes die in principe geen einde hebben. Meestal moet de gamer immers een stad/koninkrijk uitbouwen of een oorlog voeren, waarbij een massa factoren in het oog gehouden moeten worden.



[Top]



S-VGA : Super VGA. Grafische standaard die een resolutie biedt van 800x600 pixels. Het volledige kleurenpakket bedraagt 16 miljoen kleuren, maar het aantal kleuren dat tegelijkertijd kan worden afgebeeld is beperkt door het systeem.


SAMPLE : Een geluidsfragment.


SAMPLERATE : De samplerate is het aantal 'momentopnamen' dat de computer per seconde maakt wanneer hij een geluidsstroom digitaliseert.


SCANDISK : Een Windows-programma om de harde schijf te controleren en eventueel te repareren.


SCANNEN(1) : Het met een scanner digitaliseren ofwel inlezen van tekst of afbeeldingen.


SCANNEN(2) : Bestanden controleren op de aanwezigheid van computervirussen.


SCANNER : Een randapparaat om illustraties of tekst op papier in de computer in te lezen. Het resultaat, een scan, kun je vervolgens bewerken en afdrukken, of per e-mail verzenden. De meest gebruikte is de vlakbedscanner.


SCHEDULER : Een programma dat op gezette tijden een bepaalde handeling uitvoert, bijvoorbeeld een controle van de harde schijf of een backup.


SCHERMAFBEELDING : Zie screenshot.


SCHERMBEVEILIGING : Een programma dat een grafisch, meestal grappig getint schouwspel in beeld brengt als je een pc een tijdje onaangeroerd laat. Oorspronkelijk bedoeld om het 'inbranden' van monitoren tegen te gaan, maar dat gevaar is door de komst van betere beeldschermen inmiddels grotendeels geweken. Ook screensaver genoemd. naar boven


SCHIJFSTATION : Een informatiedrager. Zoals een harde schijf, cd-rom, floppy-disk, dvd, enz... Wordt door de computer aangeduid met een schijfletter.


SCHIJFLETTER : In Windows worden alle apparaten die data bevatten voorgesteld door een schijfletter : C = meestal een harde schijf , A = meestal een diskettestation.



SCHUIFBALK : Zie scrollbar.


SCREENSAVER : Zie schermbeveiliging.


SCREENSHOT : Afbeeldingen van een applicatie die gemaakt werden terwijl het programma actief was. Wordt vaak gebruikt voor computercursussen en introducties van nieuwe software.


SCRIPT : Bestand met een reeks commando's die na elkaar worden uitgevoerd. Ook een klein programaatje dat je in webpagina's kan gebruiken om bepaalde functies te laten uitvoeren.


SCROLLBAR : Als een document niet helemaal op het scherm past, verschijnen er scrollbars naast of onder dat document. Door deze blokjes of balkjes te verschuiven, kan de rest van het document bekeken worden.


SCROLLEN : Door de inhoud van een document of map 'rollen', om een ander deel van het document dan wel andere items zichtbaar te maken. Scrollen doe je via de pijltoetsen, de muis (de gewenste schuifbalk verplaatsen), of door aan het muiswieltje even te draaien.


SCSI : Spreek uit 'skoezi', betekent Small Computer System Interface. Het is net als IDE een technologie om randapparatuur aan te sluiten op je pc. SCSI biedt een hogere overdrachtssnelheid en meer aansluitmogelijkhedendan IDE, maar is moeilijker te configureren. Mede door de komst van USB 2.0 en FireWire lijkt SCSI stilletjes aan uit te sterven.


SDRAM : Synchronous DRAM, een geheugensoort. Dit is de verzamelnaam voor soorten DRAM die gesynchroniseerd zijn met de kloksnelheid, waarvoor de micro-processor geoptimaliseerd is.


SDSL : Symmetric High Data Rate Digital Subscriber Line. (pfff) SDSL is verwant aan ADSL, maar laat in principe hogere snelheden toe (tot 2.3 Mbps) en dit in beide richtingen. Dit maakt de weg vrij voor nieuwe toepassingen zoals tv kijken via internet.


SEAMLESS LINK : Een variant op Burn-proof dat net hetzelfde doet: vermijden dat het branden van een cd of dvd mislukt door buffer underruns op te vangen


SEARCH ENGINE : Zie zoekrobot


SERIEEL : De informatiedeeltjes worden na elkaar verstuurd. De seriële kabel die voor deze manier van datatransmissie vereist is, wordt aangesloten op de seriële RS232-poort van de computer. De meeste computers hebben 2 zulke ingangen en ze worden meestal gebruikt voor de muis en de modem. Zie ook parallel en USB.


SERIENUMMER : Een serienummer of serial is een cijfercode die software beveiligt tegen illegaal kopiëren. Je moet het serienummer tijdens de installatie ingeven of het setup-programma vervolgt niet.


SERVER : Centrale computer die zijn diensten verleent aan de andere computers in een netwerk. Er bestaan verschillende soorten servers : Webserver ,om webpagina's te sturen naar een browser, mailserver ,om mails te beheren , etc ... .


SERVICE PACK : Bundel met allerhande updates of patches van een bepaald softwarepakket.


SESSIE : Een segment van een cd-rom dat één of meer tracks (audio of data) bevat.



[Top]


SESSION AT ONCE : Een manier van branden die gebruikt wordt bij het creëren van een Cd Extra.


SET-TOP BOX : Toestel dat de gebruiker in staat stelt om zonder pc op het internet te surfen, via een eigen scherm of via het tv-toestel. Van dat laatste komt de naam: het toestel vat meestal post bovenop de tv.


SETUP : Term die gebruikt wordt voor het installeren van software. Aanverwante info: configuratie, insalleren.


SGRAM : Synchronous Graphics RAM. Relatief goedkoop, 'klok-gesynchroniseerd' grafisch geheugen.


SHAREWARE : Sotfware die je gedurende een bepaalde periode mag gebruiken, of blijvend mits je voldoet aan de voorwaarden van de ontwikkelaar . Dit kan het registreren van het produkt zijn of het toestaan van reclame verwerkt in de software. Je e-mail adres laten gebruiken voor commerciële doeleinden is ook een van de veelgebruikte voorwaarden om de software te mogen gebruiken.


SHIFT : Twee toetsen op het keyboard (linker-en rechtershift-toets) waarvan je er eentje moet ingedrukt houden om een hoofdletter te tikken. Wordt ook vaak gebruikt in speciale toetsencombinaties(shortcuts). Zie ook caps lock. Maar ook in combinatie met de muis om meerdere items aan te klikken in een map of bestand.


SHOCKWAVE : Met de Shockwave-software van Macromedia kunnen allerlei multimedia-applicaties aan een webpagina worden gekoppeld. Hieronder vallen presentaties, spelletjes en zelfs complete programma's. Shockwave vergt een speciale browser-plug-in.


SHORTCUT: Een combinatie van verschillende toetsen op het keyboard, waarmee je de computer vliegensvlug een bepaalde opdracht laat uitvoeren.


SIMM : Staat voor Single in-Line Memory Module en behelst een geheugenmodule voor de computer.


SITE : Zie Website.


SKIN : Een uiterlijke verandering van een bepaald programma. Tegenwoordig kan je veel software met skins een persoonlijke toets geven.


SLASH : De benaming voor het /-teken, dat onder andere in URL's gebruikt wordt. Zie ook backslash.


SLAVE : Een (E)IDE-apparaat dat als slave is ingesteld, wordt volledig bestuurd door het master-apparaat. Zie ook master.


SLI : Scan Line Interleave. De mogelijkheid om 2 grafische kaarten te linken, teneinde de prestaties op te drijven.


SLIDER : Zie scrollbar.


SLOT : In een computer bevindt zich een aantal slots. Dit zijn sleuven waarin uitbreidingskaarten geplaatst kunnen worden. De bekendste slottypen zijn AGP, ISA en PCI.


SLOT LOADING : Een benaming voor optische drives (cd, dvd..) die schijfjes automatisch 'inslikken' wanneer je ze in de gleuf steekt. De meeste drives werken nog steeds met een uitschuifbare lade. Zie Tray-Loading.


SMART : Self-Monitoring, Analysis and Reporting Technologie. Waarschuwings-en controlesysteem voor vooral harde schijven.


SMART TAG : Een handige functie die verschillende soorten informatie herkent op Internet Explorer, Word/Excel en Outlook in Office XP. Het gaat om icoontjes die automatisch verschijnen wanneer het programma data herkent. Je kunt dan kiezen uit verschillende opties.


SMB-PROTOCOL : Het Server Message Block-netwerkprotocol voorziet in een methode voor cliënt-computers om bestanden van programma's op de server te lezen en te bewaren en om gebruik te maken van allerlei diensten op die server.


SMILEY : Dit is een korte reeks tekens die samen een gemoedstoestand uitdrukken. Ze worden meestal gebruikt in e-mails of chatboxen. Op het eerste gezicht zeggen ze niets, maar als je ze 90° draait, wordt hun betekenis duidelijk.


SMTP : Simple MAIL Transfer Protocol. Een TCP/IP-protocol om e-mails te versturen.


SNELKOPPELING : Snelkoppelingen verwijzen naar de plaats waar uitvoerbare bestanden zijn opgeslagen (*.exe).Als je een snelkoppeling wist of verplaatst heeft dit geen gevolgen voor het programma zelf. Snelkoppelingen kunnen in het startmenu of op je bureaublad geplaatst worden.


SNELMENU : Een snelmenu is een menu dat verschijnt als je met je rechtermuisknop klikt op een object , bijvoorbeeld een programmapictogram op het bureaublad of een bestand in Verkenner. De inhoud van het menu (opties) sluit aan bij het soort object. Elk snelmenu bevat een vet weergegeven optie. Deze optie wordt uitgevoerd als je dubbelklikt op het object.


SNELTOETS : Een toets of toetsencombinatie waarmee je menu's of functies van een programma snel kunt opstarten. Het voordeel hiervan is dat je niet met je muis moet navigeren.


SOCKET : Onderdeel waarmee de processor op het moederbord wordt bevestigd. Ook wel processorvoetje genoemd.


SOCKS : Een Socks-server is een soort proxy-server die vooral gebruikt wordt om internettraffiek te regelen. Door een Socks-server in te geven op een computer in een bedrijfsnetwerk, kun je bijvoorbeeld chatten of surfen.



[Top]


SOFTWARE : De Engelse verzamelnaam voor vrijwel alles wat niet tastbaar is aan een computer. Software omvat dus zowel programma's, documenten en data als de bestanden waarin de computerinstellingen zijn vastgelegd.


SOURCE : Zie broncode.


SPAM : Ongevraagde e-mailberichten die in je mailbox komen (reclame , oproepen , enz...).


SPDIF I/O : Langs deze in-en uitgang kun je via de geluidskaart een extern digitaal apparaat, zoals een Digital Audio Tape (DAT), aan je pc koppelen. De DAT gebruikt de SPDIF-aansluitingen om audio af te spelen en op te nemen.


SPELCONSOLE : Een computer waarmee je bijna uitsluitend games kunt spelen en die je gewoon aansluit op je televisie.


SPELGENRE : Er bestaan verschillende soorten games. Enkele populaire genres zijn ; First Person Shooter, Role Playing Game (RPG), Racegames, Flightsimulators, en Adventure.


SPELPOORT : Poort waarop een joystick of het gamepad wordt aangesloten. Meestal zit deze poort achterop de geluidskaart. Tegenwoordig worden veel gamecontrollers aangesloten via USB.


SPOOFING : Het vervalsen van het IP-adres van de afzender van een e-mail. Wordt vooral gebruikt om de indentiteit van de afzender te verbergen.


SPRAAKHERKENNING : Technologie die apparaten in staat stelt om gesproken commando's uit te voeren. Dit is iets anders dan stemherkenning, waarbij het apparaat slechts naar één persoon 'luistert'.


SPREADSHEET : werkblad met gevens in MS Excel


SPYWARE : Spionagesoftware. Software die zonder medeweten van de surfer wordt gedownload en vooral tot doel heeft gegevens te verzamelen over de gebruiker.(persoonlijke informatie, IP-adres,surfgedrag).


SQL : Structured Query Language. Een interactieve programmeertaal om informatie uit een database te halen en/of deze te updaten. Veel sites met dynamische inhoud stockeren hun gegevens in een SQL-database. Nadeel is dat zulke sites vaak trager zijn.


SRAM : Static RAM, een geheugensoort die vaak gebruikt wordt voor level 1-en level 2 caches. Biedt snellere toegang dan Dynamic Ram, maar is duurder


SSL : Secure Socket Layer. Een protocol van Netscape Communications Corporation om informatie gecodeerd over het internet te sturen.


STANDAARDINSTELLING : Ook bekend als default. De instelling waarmee een programma of apparaat automatisch gaat werken als de gebruiker niet zelf expliciet iets anders instelt.


STANDALONE(1) : Uitvoering van een apparaat dat geen computer nodig heeft om te werken.Bvb; een dvd-speler voor de pc.


STANDALONE(2) : Een instelling die wordt gebruikt als er slechts één (E)IDE-apparaat op een (E)IDE-poort wordt aangesloten.


STAND-BY : Toestand waarbij een toestel in waaktoestand wacht op een signaal om in werking te schieten.


STARTKNOP : Button op de taakbalk van Windows die snel toegang verschaft tot programma's, favorieten, persoonlijke instellingen enz.....


STARTPAGINA : De webpagina waar je automatisch naar surft, wanneer je een browser start. Je kunt deze pagina zelf kiezen, maar er zijn websites die jouw instelling durven te veranderen.


STATION : Zie schijfstation.


STILUS : Pennetje waarmee je een aanraakscherm bedient. Typisch voor PDA.


STREAMING MEDIA : Audio of video die je kan beluisteren of bekijken terwijl de gegevens nog aan het binnenkomen zijn. Je moet dus niet wachten tot het bestand gedownload is.


STUFFIT : Het meest bekende comprimeerprogramma voor Macintosh-computers. naar boven


STUURPROGRAMMA : Software waarmee het besturingssysteem een bepaald apparaat aanstuurt. Ook wel driver genoemd. Voor een optimale werking van het apparaat haal je best het meest recente stuurprogramma in huis, meestal via de website van de fabrikant.


SUBDIRECTORY : Een subdirectory is een directory (zeg maar map) die zich in een andere directory bevindt.


SUBWOOFER : Speciale luidspreker voor lage tonen oftewel bassen.


SUITE : Een bundel bestaande uit meerdere softwarepakketten. Een goed voorbeeld is Microsoft Office.


SUPERCOMPUTER : Wat een supercomputer 'super' maakt, is zijn rekenkracht. Per seconde kan hij minstens 1 milard flops (floating-point-operations oftewel 'drijvende komma'berekeningen) uitvoeren. In computerjargon wordt deze snelheid ook ietwat misleidend omschreven als één gigaflop. Maar ondertussen zitten we al aan duizend miljard flops.!?



[Top]


SUPPORT : Engels voor ondersteuning. Zowel de ondersteuning die je bij een helpdesk krijgt(zoals een wachtwoord opvragen bijvoorbeeld), als hulp bij een hardwareprobleem of een defect toestel vallen onder deze noemer.


SURFEN : Het op het internet bezoeken van websites waarbij je van de ene site naar de andere 'bladert', noemen we surfen.


SURFER TRACKING : Onderzoek naar wat surfers allemaal uitspoken op het internet. Daarbij wordt bijgehouden welke sites je wanneer bezoekt.


SURROUND SOUND : Het geluid wordt via verschillende kanalen opgenomen en daarna via evenveel kanalen weergegeven.(het realiteitsgevoel neemt toe.)


S-VIDEO : Afkorting voor Super-video .Een hoge kwaliteitsaansluiting om het videosignaal door te sturen. In tegenstelling tot composiet video worden de signalen wel opgesplitst , wat de kwaliteit verhoogt.


SVG : Open grafische standaard van de internetorganisatie W3C. SVG staat voor Scalable Vector Graphics en is op de eXtensible Markup Language (XML) gebaseerde taal voor het web.


SWAPFILE : Zie wisselbestand.


SWAPPEN : Engels voor verwisselen. Wanneer het interne geheugen vol zit, wordt een deel van de data in het RAM op de harde schijf gezet om meer ruimte te maken voor nieuwe data. Dit tamelijk arbeidsintensief proces wordt swappen genoemd. Hoe meer geheugen je hebt, hoe minder er geswapt moet worden.


SWITCH : Schakelaar om over te schakelen van een apparaat naar een ander . Bij lokale netwerken bestaat de mogelijkheid deze op te splitsen met behulp van een switch om een beter overzicht te krijgen.


SYNTAX : Hiermee wordt in de computerwereld de volgorde van de commando's aangeduid. Als de syntax niet juist geformuleerd is, zal de computer de reeks commando's niet begrijpen.


SYSTEEMKLOK : Zie RTC -SYSTEEMVEREISTEN : Wat je nodig hebt aan hard-en software om een bepaald programma te kunnen draaien, of om extra hardware te installeren. Kijk bij voorkeur naar de 'aanbevolen systeemvereisten' (en minder naar de minimale), dan weet je zeker dat je computer wel geschikt is.


SYSTEEMWERKSET : Set van handige tools die standaard deel uitmaken van het Windows-besturingssysteem.



TAAKBALK : Ook wel startbalk genoemd, naar de knop (start) uiterst links in de balk. Normaal staat deze balk onderaan in je scherm.


TABBLAD : In een dialoogvenster heb je soms verschillende hoofdstukjes, die worden aangegeven als fiches . Zulks een onderverdeling noemen we een tabblad of tab.


TAG : Tags zujn HTML-commando's waarmee je een webpagina vormgeeft.


TCP : Transmission Control Protocol. Een standaard om gegevens over een netwerk tussen computers te transporteren.


TCP-IP : Transmission Control Protocol / Internet Protocol. Een standaard om gegevens over een netwerk tussen computers te transporteren. Deze communicatie wordt meestal gebruikt over het internet.


TEKSTVERWERKER : Een programma om op een digitale manier teksten te produceren. Bekendste tekstverwerkers zijn Microsoft Word en WordPerfect van Corel.


TELEMATICA : Samensmelting van de woorden telecommunicatie en informatica. Duidt op systemen die op deze twee principes gebaseerd zijn.


TELENET : Telecombedrijf dat via de distributiekabel telefonie en breedbandinternet aanbiedt in Vlaanderen.


TELEROBOTICA : Het op afstand besturen van een robot, bijvoorbeeld via het internet. (Er zijn al zeer delicate chrurgische ingrepen uitgevoerd via internet!!).


TELEWERKEN : Thuis werken met nagenoeg dezelfde middelen als op kantoor.


TELNET : Een netwerkprotocol om vanop afstand te kunnen inbellen op een netwerk of een andere computer. Werkt op basis van TCP/IP.


TEMPLATE : Ook wel sjabloon genoemd. Een kant en klaar voorbeeld van een document, dat je naar eigen behoeften kunt aanpassen. -TERABYTE : 1 Terabyte = 1.024 Gigabyte


TEXTURE : Een term uit de grafische wereld die doelt op de digitale versie van de oppervlakte van een object(een muur, een deur, of een ander vlak). Textures ofwel texturen worden apart geprogrammeerd, en pas later rond het object 'gewikkeld'. Dit proces wordt in het vakjargon texture mapping genoemd.



[Top]


TFT-SCHERM : De afkorting staat voor Thin Film Transistor. Elke pixel die op een TFT-scherm verschijnt, wordt gecontroleerd door één tot vier transistoren. De TFT-technologie wordt vooral gebruikt in de productie van platte schermen en Laptops. Een synoniem is active-matrix LCD.


THREAD : Een online discussie die bestaat uit een reeks antwoorden of reacties op een vraag of opmerking.


THUMBNAIL : Een afbeelding in postzegelformaat. Deze afbeeldingen worden dikwijls gebruikt om te verwijzen naar een grotere afbeelding (bijvoorbeeld door erop te klikken).


TIFF : Voluit : Tagged Image File Format. TIFF(TIF) is één van de belangrijkste grafische beeldformaten. De bestanden zijn tamelijk groot, maar door de grote hoeveelheid beeldinformatie zeer goed van kwaliteit. TIFF wordt onder meer veel gebruikt voor beeldmateriaal dat in drukvorm moet verschijnen. Opvallend bij TIFF-beelden is dat je ze enorm kunt comprimeren (compacter maken), zonder dat dit zichtbaar ten koste gaat van de kwaliteit. Probeer het zelf maar eens, door bij het bewaren de functie LZW-compressie in te schakelen.


TOC : Table of Contents. Een inhoudstafel die de gegevens van een cd bijhoudt. De TOC vertelt de computer waar welk bestand staat, hoe groot het is, enz.....


TOETSENBORD : Hét invoerapparaat bij uitstek. Via het toetsenbord (of keyboard) kun je de computer opdrachten geven aan de hand van getypte informatie.


TONER : Toner is een speciaal soort 'inkt' voor kopieermachines en laserprinters. Het is geen vloeistof, maar een soort poeder. Door een electrostatische lading wordt het poeder als het ware op het papier 'gezogen'.


TOOLS : Verzamelnaam voor handige programma's. Meestal gaat het om applicaties die de standaard functionaliteit van het besturingssysteem vergroten.


TOUCHPAD : Klein stuurvlakje, meestal op een notebook (laptop). Door er met je vingertop over te glijden, bestuur je de muispijl.


TOUCH SCREEN : Zie aanraakscherm


TOWER : Als je computerkast 'rechtop'staat, spreken we van een towerkast. We maken nog onderscheid in grootte : mini-,midi-en maxi(high)tower.


TRACK : Telkens je bestanden of muziek naar een cd-r schrijft, creëer je een track. Meerdere tracks binnen een sessie hoeven niet van hetzelde type te zijn. Een mixed-mode cd bijvoorbeeld bevat zowel muziek als data.


TRACK-AT-ONCE : Wanneer je een cd in één keer beschrijft, heb je maar één track. Vandaar deze benaming die je vaak tegenkomt in brandsoftware.


TRACKBALL : Bij een niet optische muis wordt het balletje bewogen door met de muis over een oppervlak te glijden. Omgekeerd is het bij de trackball, waar je met je vingers het balletje beweegt.


TRANSITIE : Letterlijk : overgang. Wordt vooral gebruikt in filmbewerkingssoftware om de overgang tussen twee stukjes film aan te duiden.


TRANSMETA : Bedrijf dat vooral bekend is om haar microprocessor Crusoë. Die wordt vooral gebruikt in allerlei mobiele apparaatjes, zoals gsm's en PDA's.



TRANSPONDER : Samentrekking van 'Transmitter' en 'Responder'. Het is een draadloos communicatie-, monitor-of controle-apparaat dat bij het oppikken van een signaal automatisch een antwoord uitstuurt.


TRAY-LOADING : Een term voor optische drives (cd-rom, dvd,...) met een uitschuifbare lade waar je de schijfjes moet inleggen. Een modernere variant is slot-loading.


TROJAANS PAARD : Programma dat voor vervelende problemen kan zorgen.Meestal merk je er weinig van omdat een trojaans paard meestal iets anders doet dan dat de gebruiker verwacht. Trojans zullen bijvoorbeeld je identiteit en wachtwoord stelen en doorzenden naar derden.


TRUE COLOR : Zie ware kleuren.


TRUETYPE FONTS : Dit zijn schaalbare lettertypen. Je kunt ze verkleinen en vergroten, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit.


TUTORIAL : Speciaal onderdeel van een handleiding (gedrukt of digitaal) dat de gebruiker aan de hand van voorbeelden snel wegwijs maakt in een programma. Een soort spoedcursus dus.


TV-OUT : Connector op een grafische kaart waarop je via een een speciaal kabeltje een gewoon tv-toestel kunt aansluiten.


TWAIN : De standaard interface voor scanners. Bijna alle moderne scanners komen met een TWAIN-driver, die hen compatibel maakt met alle software die TWAIN ondersteunt. TWAIN legt als het ware de brug tussen je scanner en de software waar je scan uiteindelijk moet terechtkomen.


TWEAKEN : Hardware en programma's aanpassen en opdrijven om betere prestaties te bekomen.



[Top]

Geinteresseerd in een computercursus op maat?

Door middel van het contactformulier kunt u contact met ons opnemen of maak meteen een afspraak voor een vrijblijvend & orienterend gesprek. Meer informaties over ons computercursus aanbood vindt u hier.